Over een brandende wereld en hoopvolle katholieken

Het is, op z’n zachtst gezegd, een nogal bewogen maand geweest. Een dag nadat ik vorige maand op Radio Maria en Broodje Paap terugblikte op een aantal geslaagde dagen bij Catholic Voices en me hoopvol uitsprak over een mogelijk pausbezoek, vonden de vreselijke terreuraanslagen in Parijs plaats. Niet dat die twee gebeurtenissen met elkaar te maken hebben, maar mijn stemming sloeg er in ieder geval wel van om. Ik hoor sindsdien steeds meer mensen zeggen dat ‘de wereld in brand staat’. Ik heb nogal moeite met deze uitspraak. Althans, wanneer christenen het plotseling gaan roepen en ze vervolgens verwachten dat we daar allemaal hysterisch van worden.

Ik zag eerder deze week op Facebook dat Roderick Vonhögen kritiek had gehad omdat hij een filmpje deelde waarop hij heel enthousiast zijn Sinterklaascadeaus opende, terwijl de wereld in brand staat. Ik denk dat mensen die daarover klagen iets niet hebben begrepen aan het christendom.

Het is niet dat ik niet wil geloven dat de wereld in brand staat. Integendeel, ik denk dat de wereld al in brand staat sinds Eva aan Adam vroeg of hij zin had in fruit. En een jaar of tweeduizend geleden, toen onze Verlosser werd geboren, stond de wereld ook al in brand. Welbeschouwd is er dus niets nieuws onder de zon.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we ons geen zorgen mogen maken over de wereld om ons heen. De toename van islamitisch geweld en de grote instroom van (veelal ook islamitische) vluchtingen, roepen inderdaad complexe vraagstukken op. Ik vertrouw mensen echter niet zo die daar pasklare oplossingen voor denken te hebben. Alsof dit een probleem is dat we kunnen oplossen door alle grenzen te sluiten en bommen te gooien op de slechteriken aan de andere kant van die zelfde grenzen. Ik weiger me dan ook over te geven aan populistische islamofobie. Extremisten zouden maar al te graag zien dat men in het Westen alle moslims gaat haten, want dat zou hen alleen maar ten goede komen.

Anderzijds word ik nogal moe van degenen die beweren dat het moslimterrorisme niets met de islam te maken heeft. De islam heeft meer doden op haar naam dan alle andere religies bij elkaar opgeteld. Wie dus beweert dat het een religie van vrede is, moet toch wel ontzettend grote oogkleppen ophebben. Ik geloof best dat het merendeel van de moslims vredelievende mensen zijn, maar dat wil niet zeggen dat we niet mogen vragen waarom hun religie de meest bloeddorstige ter wereld is. Wanneer er geweld heerst – of heeft geheerst – binnen het christendom, hebben wij zelf ook de verantwoordelijkheid om te onderzoeken waarom dat gebeurt. Voor moslims geldt dat volgens mij evenzo. We hoeven hen daar niet op aan te vallen, maar een open en eerlijke dialoog lijkt me onontbeerlijk. Als we collectief onze koppen in het zand steken, maken we het de jihadisten wel erg gemakkelijk om ze vervolgens af te snijden.

De aanslagen in Parijs, en de daaropvolgende onrust in Brussel, hebben ons misschien wakker geschud. Maar de wereld stond daarvoor ook al in brand, met of zonder terroristen. In een meer filosofische bui, en onder het genot van een glaasje wijn, zou ik misschien mijmeren dat we eerst in slaap waren gevallen door de illusie van maakbaarheid van het modernisme en nu hardhandig geconfronteerd worden met het faillissement van het postmoderne relativisme. Maar zoiets zou ik natuurlijk nooit op de radio zeggen of op Broodje Paap schrijven. Bovendien zouden wij christenen gewoon beter moeten weten. Ja, de wereld brandt, maar juist nu, tijdens de advent, mogen we onszelf eraan herinneren dat er een God is die naar ons toekomt. Het is dus nogal ongepast om op dit ogenblik moord en brand te gaan schreeuwen. Paars is niet de liturgische kleur voor blinde paniek.

Tijdens de advent bid ik regelmatig de woorden: “Kom, Heer Jezus, kom!” In deze woorden zit voor christenen een dubbele, in zekere zin zelfs tegenovergestelde, betekenis. Op het moment dat ik ze uitspreek, plaats ik mezelf in een spirituele spagaat. Ik heb een vaag vermoeden dat deze spagaat in de islam ontbreekt, en dat er mede daarom zulke sinistere varianten van dit geloof kunnen ontstaan. Ik ben geen deskundige, dus meer dan een vaag vermoeden durf ik het niet te noemen. Maar zowel een christen als een moslim zal begrijpen dat dit gebed refereert aan het einde der tijden. Maar de islam – of toch zeker de radicale islam – lijkt af te stevenen op dit einde. In het gunstigste geval realiseert zij zich dat deze materiële wereld slechts van voorbijgaande aard is en dat we er dus niet teveel waarde aan moeten hechten, en in het ongunstigste geval blaast men zichzelf met een bomgordel uit deze wereld. De christen daarentegen herkent in ditzelfde gebed tevens de belofte van Kerstmis en van een nieuw begin. Allah is groot, maar hij is ook ver weg. Het christendom heeft een God die zoveel van deze wereld houdt dat Hij er zelf onderdeel van werd; een God die uit liefde voor ons naar ons toekwam en zich zo klein als een kind durfde te maken.

De dag voordat de advent dit jaar begon, werd voor mij plotseling de gehele advent in één dag samengevat. Ik liep met mijn vrouw op het station van Antwerpen en daar kwamen we veel militairen tegen. Allemaal waren ze zwaar bewapend en droegen ze kogelvrije vesten. Het stemde ons een beetje angstig en somber tegelijk, omdat we zo werden geconfronteerd met een gevaarlijke en vijandige wereld, die soms veel te dichtbij lijkt te komen. Maar onze eindbestemming die dag was een kraambezoek, waar we uitbundig hebben genoten van een schattige baby en zijn oudere broertje dat maar al te graag met ons wilde spelen. Ik realiseerde me daarna dat we dat hele liturgische jaar ook echt nodig hebben om ons er zo nu en dan bewust van te worden dat we elke dag, elke seconde, de keuze hebben of we de wereld vanuit de advent of vanuit de kerst willen bekijken. Laten we onze houding tegenover de naaste bepalen door het angstbeeld van de gewapende soldaat of door de glimlach van het pasgeboren kind?

Afgelopen zondag sprak ik een kapelaan, die het wel jammer vond dat we tijdens de advent geen Gloria zingen. Ook tijdens een periode van inkeer, boetedoening en bekering, zo vond hij, zouden we toch God wel mogen eren. Ik deel zijn sentiment – toch zeker omdat ik zelf ook in een kerkkoor zing – maar juist daarom vind ik het terecht dat we in deze periode dat Gloria achterwege laten. Ook al merken we deze dagen dat de wereld in brand staat, toch worden we blijkbaar geconfronteerd met de behoefte aan een lofzang. En die behoefte blijkt elk jaar weer zo sterk te zijn dat op kerstavond het ‘Gloria in excelcis Deo’ zo uitbundig door de kerk klinkt, dat niemand er meer aan kan twijfelen dat het onschuldige kind de wereld telkens weer ontwapent.

De wereld brandt ...
De wereld brandt …

Dit artikel is gebaseerd op mijn column in ‘Van Harte Katholiek’ van 10 december 2015 op Radio Maria.

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


11 reacties op “Over een brandende wereld en hoopvolle katholieken”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *