Boos op de bisschop

Ik heb kortgeleden Ton Crijnen’s biografie over Kardinaal Simonis gelezen. Het is een interessante verhandeling, niet in de laatste plaats vanwege de periode waarin het leven van de kardinaal zich afspeelt: een onrustige tijd voor zowel Kerk als maatschappij. En hoewel ik het boek iedereen met interesse in de recente Nederlandse kerkgeschiedenis, of in de persoon van Kardinaal Simonis, aan kan raden, wil ik voor dit artikeltje één aspect uitlichten: tijden veranderen niet.

Toen Kardinaal Simonis in 1970 bisschop van Rotterdam werd, en in 1983 aartsbisschop van Utrecht, stond de Kerk op z’n kop. Alles wat men dacht over de persoon van de nieuwe bisschop, alles wat hij zei en deed (soms nog jaren daarna) kon rekenen op een flinke lading kritiek. En tegenwoordig zien we precies zo’n reactie op het handelen van zijn opvolger in Utrecht: Kardinaal Wim Eijk zou zich schuldig maken aan wanbeleid en eigenhandig de Kerk in Utrecht, in heel Nederland zelfs, kapot maken.

Kardinaal Eijk met zijn wanbeleid?
Kardinaal Eijk met zijn wanbeleid?

Zoals wel vaker zien we een schijnbare tegenstelling in het debat: de kleine plaatselijke geloofsgemeenschappen tegenover de grote boze bisschop in zijn paleis in Utrecht. En zoals wel vaker ligt de  waarheid net iets anders. Het is belangrijk om dat te erkennen, want zolang de waarheid niet gezien wordt, walst de discussie er alleen maar overheen, en dat leidt uiteindelijk tot niets meer dan pijn en wrok.

De discussie over parochiefusies en kerksluitingen is een gevoelige. Het kan haast niet anders dan dat het mensen pijn doet als hun kerk moet sluiten, als de eigen priester opeens niet meer elke zondag in hun kerk kan zijn omdat hij nog 5 andere kerken onder zijn hoede heeft, als de eigen gemeenschap opeens de deuren moet open voor anderen, en daarmee een nieuwe nestgeur krijgt. Mensen zijn over het algemeen niet zo goed in veranderingen. En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het voor mij niet anders zou zijn als ik opeens in zo’n situatie zou zitten.

Maar deze gevoelens, deze pijn en verwarring bieden helaas geen oplossing voor het probleem: kerkgebouwen kosten nu eenmaal geld, de inkomsten van krimpende gemeenschappen nemen af, de beschikbare pastorale krachten kunnen nog altijd maar op één plek tegelijk zijn, en dus moet op een gegeven moment de vraag worden gesteld: kan het zo nog wel doorgaan? Is het verantwoordelijk, voor de gelovigen na ons, om in te teren op het vermogen, te blijven investeren in te grote en te dure gebouwen die op de meeste zondagen niet meer vol te krijgen zijn?

Op die vraag moet een antwoord komen, en in zijn brief “Het geloof in Christus vieren en verbreiden“, die hem op zoveel kritiek is komen te staan, geeft Kardinaal Eijk een eerste aanzet voor dat antwoord. Hij omschrijft het probleem, wat uitgebreider dan ik hierboven heb gedaan, maar het antwoord moet van ons komen. En daar wordt nu helaas de fout gemaakt, onder andere door het recente tweede “professorenmanifest”. Deze protestbrief maakt een fundamentele fout door de feitelijke situatie als beleid te beschrijven. Enige kennis van hoe de dingen in een bisdom kerkrechtelijk geregeld zijn maakt al snel duidelijk dat een bisdom in de meeste gevallen helemaal geen kerken kan sluiten. Dat kan alleen de eigenaar van het gebouw, en dat is meestal de parochie. Een parochie die tot de conclusie komt dat zij een gebouw niet meer open kunnen houden, zal dat aan het bisdom meedelen en verzoeken om de kerk aan de eredienst te onttrekken. Het bisdom kan daarmee instemmen of niet, natuurlijk, maar de beslissing en de verantwoordelijkheid ligt bij de parochie. Als Kardinaal Eijk dan spreekt over honderden gesloten kerken in de komende decennia, dan spreekt hij niet over zijn geplande beleid, maar over verwachtingen, kerksluitingsverzoeken die hij voorgeschoteld denkt te gaan krijgen. En willen wij, als gelovigen en gemeenschappen, dat niet, dan zullen wij dus met oplossingen moeten komen.

Met parochiefusies ligt het wat anders. Dat kan het bisdom wel degelijk zelf beslissen en doorvoeren. En dat zien we ook gebeuren, en niet alleen in het aartsbisdom. Ook mijn eigen Bisdom Groningen-Leeuwarden is druk bezig met het samenvoegen van parochies. Bestuurstechnisch zal zo’n fusie heel wat met zich meebrengen, en ook de beschikbaarheid van priesters en pastoraal werkers zal veranderen. Maar verder, zolang onze kerken open kunnen blijven (en kerksluitingen en parochiefusies hoeven niet per se samen te gaan) zullen we daar in ons eigen geloofsleven verder niet veel van merken.

Hoe moeten we dan met deze toekomstbeelden omgaan? Ik zou zeggen: neem de uitdaging aan. Verzand niet in beschuldigingen, en zeker niet in ongefundeerde, maar kom met oplossingen. En als die oplossingen er niet zijn? Verlies dan het allerbelangrijkste niet uit het oog: we zijn allemaal katholieke christenen, en onze broeders en zusters in het geloof wonen tot ver buiten onze parochiegrenzen. We moeten ons niet achter de barricaden verbergen, maar de deuren openen voor anderen die nu bij ons in de Kerk komen bidden en vieren. En, als het andersom is, zie de ander als gastheer die ons welkom wil heten. Christus ontmoeten we overal, niet alleen in ons eigen kerkgebouw, hoe mooi en dierbaar die ons ook is.

In het dagboek van de Bossche Kapelaan Patrick Kuis kwam ik het volgende citaat tegen, en de vragen daarin mogen we ons allemaal stellen:

“Waar brandt ons hart werkelijk van? Waar is het in die Kerk nu eigenlijk echt om te doen? Als een gebouw verdwijnt, moet dan ook datgene verdwijnen waar dat gebouw voor stond? Met het kindje Jezus in de kribbe voor ogen zouden we stil moeten worden. Dat Kind zegt tegen ons: ‘Ik ben er voor jou.’ ‘Ik geef mezelf helemaal aan jou. Ik blijf bij je tot aan het eind van je dagen en hou niks van mezelf achter.’ Daarvan neemt Hij niets terug, daarvan wordt geen letter teniet gedaan, ook niet als een gebouw waar wij zo mee vertrouwd waren verdwijnt of een andere functie krijgt, hoe zeer ons dat ook doet.”

Zijn wij dan de enigen die ons achter oren moeten krabben en actie moeten ondernemen? Uiteraard niet. Helaas wint de communicatie van het aartsbisdom ook geen schoonheidsprijs. Persoonlijk zou ik graag wat meer luisterend oor zien, aan beide kanten van de discussie. Als we de pijn van de ander niet erkennen, kunnen we die ook niet wegnemen.

Als gelovigen en als gemeenschappen moeten we creatief blijven in ons geloof. Creatief met de vraag hoe we het geloof levend kunnen houden, ook als een gebouw sluit of een parochie in een groter geheel verdwijnt. Het gaat voor ons niet om gebouwen of parochies, maar om een persoon. Jezus Christus verdwijnt niet, en vraagt ons om Hem steeds weer zichtbaar te maken. Dat is een uitdaging die uiteindelijk veel meer vrucht gaat dragen dan geruzie over wie wat verkeerd doet en waarom.

, , , , , , , , ,

Mark de Vries

Mark is in 1979 in Emmen ter wereld gekomen, en woont alweer ruim tien jaar in het Groningse hoge noorden. De laatste jaren in gezelschap van verloofde en kat. Sinds 2007 is hij katholiek, wat wel fijn was, want daarvoor was hij niks. Nou ja, niet dat hij wist. Mark blogt over allerlei lokale en internationale katholieke zaken in het Engels op In Caelo et in Terra, en op Broodje Paap probeert hij dat af en toe ook in het Nederlands.

Alle berichten van Mark


3 reacties op “Boos op de bisschop”

  • Gewoon goed. Dit artikel hadden we net nodig na het trappen tegen de schenen door andere katholieken, die niet de moeite nemen om dieper in de materie te duiken. Dit artikel doet veel meer recht aan het werk dat wij op de werkvloer moeten doen. Zo is er bij ons in het dorp een kerk gesloten en gesloopt omdat het kerkbestuur haar verantwoordelijkheid serieus nam. Zij rekenden uit dat het investeren in een nieuwe verwarmingsinstallatie, nooit meer terug verdiend zou worden. Ons bisdom kon daar uiteindelijk alleen maar mee instemmen. En zo werkt het.

  • Huub Adema schreef:

    goed artikel. Het gaat niet om beleidsvisie, maar om toekomstvisie. Dar kunnen de mensen aan de basis nog veel aan veranderen, maar niet over de rug van anderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *