Het levende brood

Op Witte Donderdag gedenken we ieder jaar de dag waarop Jezus onder andere het Laatste Avondmaal vierde. We lezen in de Bijbel hoe Jezus na de dankzegging het brood brak met de woorden ‘dit is mijn lichaam’ en de beker wijn nam met de woorden ‘dit is mijn bloed.’ (Zie Mat. 26,26-28, Mc. 14,22-24, Luc. 22,17-20, 1 Kor. 11,23-25.) Dit is voor katholieken en orthodoxen de oorsprong van de eucharistie (van het Grieks: εὐχαριστέω, ‘dankzeggen.’) Zij vatten deze uitspraken dan ook letterlijk op en geloven daadwerkelijk dat het brood en de wijn het lichaam en bloed van Christus worden.

Het Laatste Avondmaal (Leonardo da Vinci)
Het Laatste Avondmaal was tevens de eerste eucharistieviering

Johannes beschrijft dit gedeelte van het avondmaal niet. Dat is opvallend, want van de vier evangelisten vertelt hij juist erg uitvoerig over de laatste dagen van Christus. Toch gaat veel van de controverse over de letterlijke interpretatie van het vlees en het bloed over het Johannesevangelie. Het gaat dan om hoofdstuk 6, waarin Jezus al een vooraankondiging van de eucharistie doet. In Johannes 6,51 zegt Jezus namelijk: “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld.”

Degenen die pleiten voor een symbolische betekenis van Jezus’ woorden, geven vaak als argument dat Jezus wel vaker over zichzelf sprak in symbolische termen. Zo zegt Hij in Johannes 10,9: “Ik ben de deur”. Toch zijn er maar weinig katholieken die letterlijk geloven dat Jezus een deur was. Er is zelfs in de gehele geschiedenis van het christendom geen enkele ketterse beweging geweest die deze woorden letterlijk nam. Nog nooit heeft iemand van de brandstapel geschreeuwd: “Wacht maar, beulen, tot jullie zelf in het hiernamaals zijn heilige deurklink aanschouwen! Dan piepen jullie wel anders!”

Johannes 6

Om dus te begrijpen waarom katholieken en orthodoxen een letterlijke interpretatie hebben van ‘het brood des levens’, moeten we eens goed kijken naar wat er nu precies gebeurde in hoofdstuk 6 van het Johannes-evangelie. Het hoofdstuk begint met het bekende verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging (Joh. 6,1-15). De volgende dag (na enige verwarring over de transportkeuze van Christus, die tegen alle gangbare conventies in had besloten om over het water naar de overkant van het meer te lopen in plaats van te varen) trof de menigte Hem in Kafarnaüm aan (Joh. 6,16-25).

Aldaar uit Christus in de synagoge Zijn scepsis over de motieven van het volk. Hij zegt dat zij Hem enkel hebben gezocht omdat Hij mooi hun buikjes heeft gevuld, maar niet omdat zij tekenen zouden hebben gezien (Joh. 6,26). De broodvermenigvuldiging was namelijk niet zomaar een wonder. Het zou voor de joden ook een hele symbolische betekenis moeten hebben. Natuurlijk is dat zo vanwege het manna, het brood uit de hemel, dat Mozes hen had gegeven. Paus emeritus Benedictus XVI merkt in Jezus van Nazareth, Deel I ook op dat in de wijsheidsliteratuur de wijsheid, die te vinden is in de Wet, voorgesteld wordt als ‘brood’ (Spr. 9,5). Er waren dus redenen genoeg om een wonder waarbij brood werd vermenigvuldigd als een belangrijk teken te zien.

Vergankelijk voedsel

Jezus gaat verder en zegt dat ze zich niet zo druk moeten maken om ‘vergankelijk voedsel,’ maar liever om het ‘eeuwige voedsel, dat de Mensenzoon u zal geven’ (Joh. 6,27). Daarop begint men Jezus het hemd van het lijf te vragen. Ze willen graag tekenen zien waarop Hij zich kan beroepen, zodat ze Hem kunnen geloven. Zij verwijzen op dat moment inderdaad naar Mozes en het manna dat hun voorouders in de woestijn te eten kregen. ‘Op welk werk kunt U zich beroepen?’ (Joh. 6,28-31).

Welnu, ik moet eerlijk toegeven dat als ik in Jezus’ schoenen stond, ik op dit ogenblik hoogstwaarschijnlijk had gedacht: “Allemachtig zeg, ik zal nog eens 5.000 mensen voeden met 5 broden en 2 miezerige visjes, stelletje ondankbare lui! ‘Op wat voor werk kunt U zich beroepen?’! Bekijk het maar, ik ga op retraite.” Theologen zijn het er dan ook unaniem over eens dat het maar goed is dat ik Jezus Christus niet ben. Want wat volgde was veel beter dan ik, of enig ander mens, ooit had kunnen bedenken.

Hij antwoordde: “Waarachtig, Ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven; mijn Vader is het die u het brood uit de hemel geeft, het echte. Want het brood dat God geeft, is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.” Nou, daar hadden ze wel oren naar en ze vroegen Jezus om hen dit brood voor altijd te geven (Joh. 6,32-34).

Brood uit de hemel

Maar wat Jezus daar zei was dus dat het ‘brood’ uit de hemel, de Wet, een persoon was geworden. Hij vervolgt: “Ik ben het brood om van te leven. Wie naar Mij toe komt krijgt geen honger meer, en wie in Mij gelooft krijgt nooit meer dorst.” (Joh. 6,35).

Het is duidelijk dat Christus hier metaforisch spreekt. Degenen die het avondmaal als iets symbolisch zien, grijpen dit vers dan ook aan om te argumenteren dat het brood is dat men naar Jezus toekomt en de wijn dat men in Hem gelooft. Het probleem met deze opvatting is dat Hij hier nog niet over eten en drinken spreekt. Hij kondigt slechts aan dat Hij het brood is en belooft op basis hiervan dat zij die geloven nooit honger of dorst zullen hebben, maar legt daarbij nog niet de metafoor zelf uit. Het is inderdaad zo dat de honger of dorst die wordt gestild als we in Hem geloven van spirituele aard is. Maar de uitleg van het brood moet Hij nog geven en Hij is ook nog lang niet uitgesproken.

De metafoor uitgelegd

Hij gaat verder over hoe Hij uit de hemel is neergedaald zodat mensen eeuwig kunnen leven (Joh. 6,36-40). Nou, dat vinden Zijn toehoorders maar een sterk verhaal aangezien ze ook wel weten dat Hij een zoon is van Jozef en Maria en dus niet zo maar uit de hemel is komen vallen (Joh. 6,41-42).

Jezus heeft het nu zo ongeveer wel gehad met deze morrende menigte en zegt dat ze daar nu toch eens mee moeten stoppen. Hij benadrukt wederom waarvoor Hij is gezonden, dat Hij het brood is om van te leven, dat zelfs de voorouders die manna aten nog waren gestorven maar dat degenen die het ware brood aten niet zouden sterven (Joh. 6,43-50). En hierop volgt zijn eerder vermelde uitspraak dat als men van dat brood eet men in eeuwigheid zal leven, en dat brood – de eerder genoemde metafoor – dat is … en nu komt het … (trommelgeroffel) … Zijn vlees! (Joh. 6,51) De werkelijke betekenis van de metafoor uit Joh. 6,35 wordt nu duidelijk: het brood staat niet voor ‘geloof’, maar voor het lichaam van Christus. Hij vertelt deze mensen dus dat ze Zijn vlees moeten eten.

Nog meer protest

Het publiek viel om van verbazing en begon nu zo mogelijk nog luider te morren: “Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven?” (Joh. 6,52). Hieruit wordt duidelijk dat Zijn toehoorders Hem heel letterlijk namen. Toen Jezus zei dat Hij een deur was, was er niemand die van verbazing riep: “Wablief?! Waar is zijn koperen deurklink?”, omdat iedereen begreep dat Hij het figuurlijk bedoelde. Maar in dit geval nam men Zijn woorden letterlijk op. Het zou ook niet logisch zijn om een metafoor te geven en de betekenis daarvan uit te leggen met een nieuwe metafoor. Als Christus dus figuurlijk sprak dan was Hij heel onduidelijk en had Hij nu de kans om het misverstand te corrigeren. Maar wat zei onze Verlosser?

“Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven: op de laatste dag laat Ik hem opstaan, want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft met Mij verbonden en Ik met hem. Zoals Ik leef uit de Vader, de Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald, niet dat wat uw voorouders hebben gegeten, die niettemin gestorven zijn. Wie zich met dit brood voedt, zal leven in eeuwigheid.”

(Joh. 6,53-58).

Harde woorden

In plaats van Zijn woorden te verzachten, versterkt Christus zijn woorden en benadrukt ze nogmaals. Hij heeft inmiddels vier keer gezegd dat Hij het brood is, heeft gesteld dat dit brood waarlijk gelijk is aan Zijn vlees, en houdt vol dat men Zijn vlees moet eten en Zijn bloed moet drinken. Sterker nog, waar Johannes 6 eerst het werkwoord φαγεῖν (eten) gebruikte, schakelt het in vers 54 over op τρώγων (kauwen, knagen). Dit versterkt alleen maar het idee van een letterlijke interpretatie, in plaats van er een meer figuurlijke draai aan te geven. Zijn volgelingen vinden het dan ook harde woorden, en Jezus vervolgt:

“Dit ergert jullie dus? En als jullie nu de Mensenzoon eens zien opstijgen naar waar Hij vroeger was? Het is de Geest die levend maakt, het vlees helpt niets. De woorden die Ik tot jullie gesproken heb, zijn geest: ze zijn leven.”

(Joh. 6,61-63)

Jezus spreekt figuurlijk

Sommige christenen gebruiken deze woorden nogal eens om aan te tonen dat Jezus figuurlijk sprak, maar dat zou betekenen dat Jezus zichzelf tegenspreekt en dat is op z’n zachtst gezegd ‘geen christelijke gedachte.’ Bovendien moet aangemerkt worden dat Jezus het hier heeft over het vlees in het algemeen (het wereldse, materiële dus) en niet over Zijn vlees in het bijzonder. Als Hij hier daadwerkelijk Zijn woorden wilde verzachten en aangeven dat het allemaal figuurlijk bedoeld was, dan is Hij een slechte leraar, aangezien Zijn volgelingen het nog steeds letterlijk namen en Hem vervolgens de rug toekeerden en verlieten (Joh. 6,66).

Waarom zouden zij Hem verlaten als Hij symbolisch sprak, nadat ze al zoveel wonderen hadden meegemaakt? Dat klinkt niet aannemelijk, en bovendien is wel eens opgemerkt dat voor de joden in die tijd ‘van iemands vlees eten en bloed drinken’ een metaforische betekenis had van ‘iemand kwaad aanrichten door laster over hem te spreken.’ Als Jezus dus figuurlijk had gesproken dan zou Hij hebben gezegd: ‘wie laster over mij spreekt bezit eeuwig leven.’ Dit zou helemaal nergens op slaan.

Jezus spreekt in parabels

Doorgaans is het antwoord dat Jezus wel vaker niet begrepen werd. Hij sprak meestal in de vorm van parabels, die door het volk niet werden begrepen, maar die Hij vervolgens aan Zijn leerlingen uitlegde. Natuurlijk waren er mensen die Hem letterlijk namen en dus Zijn boodschap niet meer konden volgen, zo redeneren zij, maar de ‘ware’ volgelingen van Christus zouden wel begrepen hebben dat Hij figuurlijk sprak en dus zijn zij het die zijn gebleven.

Dit argument is echter behoorlijk zwak. Ten eerste strookt het niet met de geschiedenis, want zoals we in een volgend artikel zullen zien, geloofden al de vroegste christenen dat het brood en de wijn werkelijk het vlees en bloed van Christus waren. En ten tweede klopt het ook niet met de tekst. Jezus spreekt hier duidelijk niet in de vorm van een parabel. Hij blijft erop hameren dat zijn vlees echt voedsel is, en zelfs Zijn leerlingen verlaten Hem daarom. Als Hij werkelijk symbolisch sprak, dan is de enige conclusie die men kan trekken, dat Jezus Christus het volk en Zijn leerlingen moedwillig om de tuin heeft geleid. En ook dat is geen christelijke gedachte.

Conclusie

De vraag: ‘Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven?’ was terecht. Hij werd beantwoord op Witte Donderdag, toen Jezus de eucharistie instelde.

Een analyse van Johannes 6 wijst erop dat Jezus Christus het levende brood is dat door de Vader gezonden is, en dat men Zijn vlees moet eten en bloed moet drinken om het eeuwig leven te bezitten. Een figuurlijke interpretatie hiervan lijkt niet te worden afgeleid uit de tekst zelf, maar slechts uit een onwil om Jezus’ woorden letterlijk te nemen. Men kan en wil het niet geloven, want het zijn ‘harde woorden.’ Soms lijkt het daarom net dat de christenen die het hardst ageren tegen het idee dat het levende brood het vlees van Christus is, in feite gelijk zijn aan Zijn leerlingen die Hem aanvankelijk wel wilden volgen, maar Hem uiteindelijk toch de rug toekeerden.

, , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


18 reacties op “Het levende brood”

  • wat een woorden..
    echt prachtig allemaal..

    maare waar is het Leven nou eigelijk wat jullie proclameren?

    ik zie een heleboel woorden…
    maar nog geen leven..

  • Het verschil alleen al tussen de uitleg over communie van de schrijver en bijvoorbeeld de argumentatie daarover van een priester, is dat een priester al lang en breed had gereageerd op weerklank van mensen, zo hij niet zelf contact had gezocht met een persoon afzonderlijk.

    Hier is het zo – iets wat veelvuldig voorkomt met websites als deze – dat de schrijver na het plaatsen van het stuk ‘de grote afwezige’ blijft. Vragen of opmerkingen in geschreven commentaar blijven onbeantwoord door hem en tegelijkertijd laat hij dat over aan andere bezoekers van zijn site.
    Op die manier ontstaat op internet dikwijls ongenoegen en wrijving bij mensen, omdat de betreffende verantwoordelijke zich terugtrekt na het plaatsen van een bepaald artikel. Ik ben derhalve van mening dat men bepaalde zaken in handen moet leggen bij de daarvoor aangewezen personen.

    Overigens gaat het er ook niet zo aan toe in de tastbare kerk: het zou namelijk niet best zijn indien bijvoorbeeld een priester of pastoraal medewerker zich uit over een specifiek onderwerp, om zich vervolgens in stilte te omhullen, benevens het feit dat hij zich op die manier onttrekt aan de omgeving.

    Het geeft voor mij aan dat men (belangrijke) thema’s in de kerk niet ‘zomaar te grabbel moet gooien’ op internet. Een analyse willen geven over de communie is één ding, maar de zorg en toewijding voor de mensen omtrent het vervolg – en dat minstens zoveel aandacht verdient – verlangt een mate van deskundigheid.
    Jaren van studie in de theologie zijn dus niet alleen bedoeld voor het opdoen van kennis, maar ook voor het kunnen dragen van de grote verantwoordelijkheid voor de gemeenschap.

    Concreet betekent dit dat de verantwoordelijke in een kerk contact houdt met zijn omgeving als hij over de dingen spreekt, en dat is juist precies wat hier niet gebeurd.

    • Beste Rosa,

      Ik heb reeds in een eerder artikel aangegeven dat ik een reeks artikelen zou gaan schrijven over de Heilige Communie, waarbij ik tevens heb uitgelegd wat de aanleiding was om hierover te gaan schrijven. Ik ben me er dus zeer van bewust dat dit een punt is waar katholieken en protestanten anders over denken. Zoals ik in bovengenoemd artikel heb gezegd:

      “Ik hoop dat de niet-katholieke lezers daardoor iets meer te weten zullen komen van het katholieke geloof, en dat de katholieke lezers er ook iets van opsteken en/of zo nu en dan zinvolle kritiek of aanvullingen kunnen geven. Natuurlijk hoor ik graag hoe de lezer over de onderwerpen denkt die behandeld zullen worden.”

      Ik sta er dus alleszins voor open om inhoudelijk over de onderwerpen in gesprek of discussie te gaan, mits dit op respectvolle manier gebeurt. Op ad hominem opmerkingen over de gemoedstoestand van de schrijver en vragen of hij de communie wel juist heeft begrepen ga ik dus niet in. Ten eerste dragen deze niet bij aan een inhoudelijke beschouwing van het stuk en ten tweede zorgen discussies die op de man gespeeld worden voor een sfeer die ik uitdrukkelijk wil vermijden op Broodje Paap.

      Deze website heeft vanaf het begin een combinatie van serieuze en humorvolle artikelen geboden. Dit wordt over het algemeen erg gewaardeerd door zowel onze katholieke alsook door onze protestantse lezers. Wat de laatste groep betreft, hebben we veel positieve feedback gehad over serieuze artikelen waar ze het grotendeels mee eens kunnen zijn, maar ook over de stukjes waarin we op grappige wijze onze protestantse broeders en zusters op de korrel nemen. Persoonlijk kan ik zeggen dat ik hierdoor ook zeer waardevolle contacten met protestantse lezers heb gehad. Het is goed dat we als christenen toenadering zoeken, omdat we allen oprecht proberen te leven naar ons geloof. Maar oecumene betekent mijns inziens niet dat we zoeken naar overeenkomsten en vervolgens oogkleppen opzetten ten aanzien van onze verschillen. Broodje Paap heeft deze verschillen altijd met de nodige humor weten te benaderen, maar dat wil niet zeggen dat er niet ook serieus over gesproken kan worden.

      Sterker nog, de christelijke naastenliefde gebiedt ons om ook serieus over de verschillen te praten. Christus zei: “als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u.” Zelfs Zijn leerlingen vonden dat ‘harde woorden’ en terecht, want het zijn ‘harde woorden.’ Het lijkt me daarom letterlijk van levensbelang om goed te begrijpen wat Jezus hier bedoelt. Als je er als katholiek van overtuigd bent dat Jezus dit letterlijk bedoelt in de vorm van de Eucharistie, is het dan christelijk om dit te verbergen voor je mede-christenen omdat je liever praat over dingen waar we het met elkaar eens kunnen zijn? Ik denk het niet. Het is onze verantwoordelijkheid om hierover te spreken. En die verantwoordelijkheid ligt zeker niet alleen bij de clerus. Zei Jezus soms: “Ga in een kerk zitten en wacht tot er iemand binnenkomt die vragen gaat stellen over het geloof”? Nee, iedere christen heeft de taak om zijn geloof uit te kunnen leggen, te kunnen verdedigen, na te leven en te delen met anderen. Daarvoor hoef je niet eerst acht jaar te studeren.

      Wat betreft het bovenstaande artikel, kan ik dus zeggen dat ik er volledig achter sta. Ik heb uit een veelvoud van katholieke en protestantse bronnen geput om een beknopt overzicht te kunnen geven van de verschillende meningen hieromtrent. Uiteraard is dit een katholieke website en presenteer ik dus de katholieke visie over dit onderwerp. Tot nu toe heb ik uit katholieke hoek positieve reacties gehad, maar ik geef ruimschoots toe dat ik niet onfeilbaar ben. Wat mij betreft is commentaar dus zeer welkom, mits het inhoudelijk is en zich niet beperkt tot opmerkingen over de schrijver.

      Tot slot, wat betreft je opmerkingen over de schrijver die zich in stilte hult. Hoewel ik eerder al had willen reageren, maar verhinderd was door ziekte en afwezigheid, voel ik me niet verplicht om op ieder commentaar op deze site te reageren. Ik vind het leuk als lezers reacties achterlaten en ook met elkaar in gesprek gaan en tenzij dat uit de hand loopt, vind ik niet dat er een noodzaak is om dit te modereren. Ik kan dus weinig met de suggestie dat er nazorg nodig zou zijn voor de lezers. Als iemand na het lezen van een online artikel pastorale zorg nodig heeft, dan raad ik aan om contact op te nemen met de plaatselijke priester of pastorale werkgroep. Als dat een stap te ver is, lijkt het me misschien beter dat hij zichzelf in bescherming neemt en bepaalde sites (of het internet in het geheel) vermijdt. Ik neem dus aan dat je wijs genoeg bent om zelf inhoudelijk een mening te vormen over het bovenstaande stuk. Dat je het er niet mee eens bent, is duidelijk. Wat mij betreft is daar ruimte voor, en staat het je vrij om je eigen visie op Johannes 6 te delen.

      Hartelijke groet,
      Jaap

  • Het thema dat de schrijver aanhaalt, is een van de onderwerpen die de kerk als geheel verdeeld houdt, zoals ook het onderwerp volwassen doop bij evangelische gezindten of bijvoorbeeld dat de bijbel het hoogste gezag is bij de protestanten, of zoals een paar dagen geleden gelezen te hebben op het Dagelijks Evangelie, het pausschap. Veel zaken die veel wrijving veroorzaken onder christenen uit diverse kerkelijke stromingen.

    Het is mijns inziens naïef om te denken dat het hier dus enkel en alleen een heldere uiteenzetting betreft op de katholieke visie, want ik heb niet het idee dat daar in Nederland gebrek aan is. Als men iets meer wil weten, kan men hier nog steeds in vrijheid een kerk binnenlopen en de daar aanwezige priester aanspreken. Verder kan men boeken lezen, websites bezoeken van de kerken, internetpriesters of dominees aanschrijven, tv programma’s bekijken, etc.

    De visie ligt bij de kerk zelf en ik geloof dus niet dat men als kerkganger zelf de touwtjes maar in handen moet gaan nemen. Men kan zonder meer doorverwijzen naar de juiste persoon op de juiste plaats. Daar zijn de priesters, diakenen, pastoors, dominees en anderen voor opgeleid. Het getuigd denk ik van respect door hen ook die plaats te willen geven, niet in het laatst door de kerkgangers zelf.

    Bijvoorbeeld, ik lees zelden of nooit een lange verhandeling over waarom men alle spullen zou moeten verkopen om de behoeftige te voorzien, iets dat eveneens een kenmerk was van de eerste christenen (zij deelden alles met elkaar).
    En zo waren er meer eigenschappen die de eerste gelovigen typeerden. Eigenschappen die overigens door verschillende kerkelijke stromingen worden aangehaald om hun zienswijze op Jezus Christus vorm te geven.

    Men kan natuurlijk niet tweeduizend jaar christendom weg beredeneren in de zin van de kerkelijke verdeeldheid, maar men kan wel streven naar verzoening.
    In mijn beleving hebben zaken als communie, volwassen doop, Bijbels gezag, pausschap en meer, alleen zin als men de uitwerking daarvan kan zien onder gelovigen. Pas dan komen wij tot elkaar nader,…
    …want de uitwerking die boven alles centraal stond, was dat de eerste christenen opvielen door een totaal andere levenswijze.

    Wij kunnen dat ook met elkaar, en wel eenvoudigweg in zaken als genegenheid tonen, het nederig zijn ten opzichte van elkaar, broederschap ontwikkelen, elkaar toegewijd zijn, en begrip tonen voor een christelijke kerkgeschiedenis die, ook al is zij ontaard in een groot web van vele kerkelijke stromingen, ons te allen tijden samenbindt in Jezus Christus, zolang wij Hem in ieder geval trouw blijven.

    • “de Kerk als geheel” is, in katholiek verstaan vrij nauwkeurig te definiëren als: de mensen die geloven wat Jaap hier beschrijft. Juist op het punt van de Communie en de Eucharistie, is er nu juist geen enkele verdeeldheid binnen “de Kerk als geheel”. Katholieken erkennen christenen die er anders over denken, vrij grof geformuleerd, namelijk niet als deel van “de Kerk als geheel”.

  • sylviavandenheede schreef:

    Ik vind het ook een heel heldere en duidelijke uiteenzetting. Vaak wordt gedacht dat de letterlijke interpretatie een ontaarding van de vroege christelijke leerstellingen is, maar al in de eerste eeuwen vinden we getuigenissen van het tegendeel.

  • De rust en vrede is ver te zoeken bij de schrijver, want er zijn klaarblijkelijk veel woorden en Bijbelteksten nodig om anderen, of misschien zichzelf, te overtuigen van de communie.

    Het is ook zo dat de schrijver zelf op het dagelijks evangelie aangaf dat het gevaarlijk is om ‘zomaar Bijbelteksten uit z’n verband te halen’.

    Verder zijn er te veel lange verhandelingen te vinden op internet, die geenszins geschreven zijn om de ander tegemoet te komen.

    Dan vraag ik me tevens af waarom de schrijver de uitleg daaromtrent niet kan overlaten aan een pastoor en/of priester: zij hebben er in ieder geval voor geleerd en weten als geen ander hoe diverse passages uit de bijbel te hanteren, zoals ook de ‘tegenpartij’ in de zin van een dominee weet waarover hij spreekt.

    Het valt mij wederom weer eens op dat mensen zo gemakkelijk zelf het heft in handen nemen, en dat internet aan Jan en alleman de mogelijkheid geeft de mening uiteen te zetten, zonder zich af te vragen of men dit wellicht moet overlaten aan de mensen die er verstand van hebben en daar minstens zes tot acht jaar voor hebben gestudeerd, en zelfs nog langer.

    Dit stuk zal zodoende wel weer de nodige wrijving opwekken bij diverse mensen, maar misschien was dit de bedoeling ook van de schrijver.

    Op zo’n wijze heeft communie weinig zin en ik vraag me af of de schrijver zelf de Heilige Communie wel goed heeft begrepen, want haar uitwerking zou liefde en begrip moeten kweken.

    Ik kan dat allesbehalve vinden in dit schrijven.

    • Rosa, ik vind het wat frappant dat je spreekt over ‘tegenpartij’ en ad hominem argumenten gebruikt, zonder in te gaan op de inhoud van het stuk.
      Deze blogpost kwam op mij over als een duidelijk en niet te lang overzicht van wat de communie precies is. Jaap kennende, zal hij zich goed ingelezen hebben en van de verschillende boeken en artikels van theologen (clerici of leken) een samenvatting gemaakt hebben. Na het stuk herlezen te hebben, lees ik er nog steeds heel duidelijk de katholieke visie in, niet “de mening van Jaap”.
      Over welke inhoudelijke punten struikel je?

    • Bernadette schreef:

      Het is wel kort door de bocht dat alleen priesters uitleg mogen geven over wat de Communie is en waarom wij goede redenen hebben dat te geloven. Alle Katholieken zouden dat moeten weten en moeten kunnen uitleggen. Dank Jaap, voor de duidelijke uiteenzetting!

    • De uitleg die hier gegeven wordt is exact gelijk aan de uitleg die aan minimaal één seminarie in Nederland (kan ik uit eigen waarneming melden) wordt onderwezen aan aankomende diakens en priesters.

  • Jan D'Joos schreef:

    Een hard besluit dat zij die dit ontkennen hem ook de rug zouden toekeren, want zij dit ontkennen doen dit vanuit de overtuiging dat het werkelijk niet zo bedoeld is. Dit is vanuit hun traditie zo aangeleerd, maar ze negeren daarbij uiteraard heel je logisch betoog. Zoals je zegt ontkennen ze het vanuit een onwil om het letterlijk te nemen want ‘dat is katholiek’. Nu ja, toevallig gaat dat terug op de oorspronkelijke interpretatie van het vroege christendom, maar daarover meer, begrijp ik, in een volgende blog 😉

    Belangrijk daarbij is te beseffen dat het Johannes is die dit schrijft en door het verhaal te vertellen zijn eigen interpretatie mee geeft. Bewijs dat de apostelen zelf dit zo begrepen en leerden aan de eerste christenen.

    • Hoi Jan,

      Bedankt voor je reactie. Toch nog even voor de duidelijkheid: ik bedoel zeker niet dat iedereen die niet gelooft dat het brood het lichaam van Christus is, Hem de rug toekeert. Ik beschouw mensen die vanuit een andere traditie zijn opgevoed ook als oprechte christenen. Maar ik heb gemerkt dat er een stroming is binnen de protestantse exegese die nogal erg toegespitst is op het bewijzen dat ‘de katholieken’ het bij het verkeerde eind hebben. In het geval van de uitleg over Johannes 6, wringt men zich in allerlei bochten om aan te tonen dat Jezus figuurlijk sprak. Veel van de kritiek tegen de katholieke visie op de Heilige Communie is echter niet zo zeer gebaseerd op sterke Bijbelse argumenten. Als je serieus blijft doorvragen over waarom het brood niet het lichaam van Christus zou kunnen zijn, blijken de argumenten: ‘het is absurd, het is kannibalisme, je ziet toch dat het gewoon brood is en geen vlees, het kán gewoon niet,’ etc, In die zin klinkt de harde kritiek op de kerk soms net zoals de kritiek van de leerlingen die Jezus de rug toekeerden, omdat ze Zijn woorden niet leuk vonden. Tja, het zijn misschien ook geen leuke woorden, maar Hij heeft ze wel gesproken. En het is misschien een absurd idee, maar het idee van een God die sterft aan het kruis voor onze zonden is ook absurd. Toch is het wel gebeurd.

      Hartelijke groet,
      Jaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *