The Life of Pi

Het ondiepe spirituele leven van Pi

Vorige maand zag ik in het vliegtuig de film The Life of Pi. Ik had er al heel wat over gehoord, maar aangezien ik hem nog steeds niet had gezien vond ik het een aangename verrassing om deze film in de collectie van de KLM aan te treffen. Helaas was de film zelf een minder aangename verrassing, want alle lovende recensies ten spijt vond ik hem toch ietwat tegenvallen. Hoewel de film redelijk vermakelijk was, voelde ik mijn IQ steeds verder dalen en kreeg ik spontaan gordelroos. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Ik had gehoord dat het om een diepgaand spiritueel verhaal zou gaan van een jongeman die schipbreuk leidt en vervolgens geruime tijd samen met een tijger in een bootje rond dobbert. Dat met die tijger en die boot was niet gelogen, maar de spiritualiteit was helaas ver te zoeken. Je hoort de man regelmatig vertellen hoe elk mazzeltje maar ook elke tegenslag hem uiteindelijk gered heeft, en dat God dus goed voor hem heeft gezorgd, maar veel dieper dan dat gaat het niet. Als je toch al in God gelooft dan heb je mijns inziens geen boot en tijger nodig om zijn voorzienigheid waar te nemen, en ik denk dan ook dat de film kansen heeft laten liggen om op wat diepere geloofsvragen in te gaan.

Life of Pi
Een man, een tijger, en een boot. Dat belooft wat…

Het verhaal van Pi

Piscine ‘Pi’ Patel vertelt dat hij een katholieke hindoe is. “Omdat ik me dan schuldig kan voelen voor een heleboel goden,” zo grapt hij. Een leuk grapje hoor, ik kon er wel om lachen. Maar hieruit wordt al snel duidelijk hoe de spiritualiteit van Pi in elkaar zit. Als klein jongetje leert hij van zijn moeder over de vele Hindoestaanse goden. Iedere god heeft daar zo zijn eigen unieke verhaal en betekenis. Op een dag loopt hij toevallig een kerk binnen en leert daar over Jezus. Een god die vlees werd en zichzelf opofferde voor de mensen klinkt Pi nogal onlogisch, maar het fascineert hem en hij besluit naast hindoe ook christen te worden. Even later leert hij in een moskee ook over Allah en wordt hij zelfs hindoe, christen en moslim.

Dat een klein kind, dat opgroeit in een cultuur waarin goden uitwisselbaar zijn en elkaar aanvullen, drie religies aanhangt die onderling niet uitwisselbaar zijn, valt op zich nog wel te begrijpen. Maar aan het einde van de film is Pi nog steeds hindoe, christen en moslim, en zijn de inzichten van de volwassen Pi gelijk aan die van het kind aan het begin van de film.

Wat heeft meneer Patel dus per saldo geleerd van zijn ingrijpende levensverhaal? Helemaal niets! Welke spirituele groei heeft hij doorgemaakt nadat hij heeft gevochten tegen honger, dorst en een levensgevaarlijke carnivoor? Geen enkele groei! Hij is nog steeds datzelfde kind dat geen onderscheid tussen God en afgoden kan maken. Als men dus beweert dat het levensverhaal van Pi de toehoorder in God doet geloven, dan vraag ik me dus ook direct af: in welke god dan? Waarom wordt deze film over iemand die niets leert als een spiritueel cinematisch meesterwerk alom geprezen?

Spiritueel, maar niet religieus

Ik denk dat dat dat meer zegt over de staat van de spiritualiteit in de huidige cultuur dan over de kwaliteit van de film. Men heeft in het Westen spiritualiteit in feite losgetrokken van religie. Een uitspraak die men tegenwoordig nogal eens hoort is: “Ik ben wel gelovig maar niet religieus.” Religie is verdacht geworden. Kerken draaien om macht en autoriteit. Zonde is taboe geworden, omdat het zo’n negatieve klank heeft. Dus is ook de Verlosser eigenlijk niet meer nodig. Als we elkaar maar een beetje tolereren, dan zijn we vanzelf wel goede mensen. Men keert zich derhalve af van het christendom en om de behoefte aan spiritualiteit te vervullen gaat men op zoek naar iets nieuws.

Aangezien men waarheid als een relatief begrip beschouwt dat door iedereen anders wordt ervaren, is de waarheidsbevinding ook niet meer belangrijk binnen deze spirituele zoektocht. Het wordt een zoektocht naar ‘iets dat bij me past.’ Een symbolisch jasje dat ik aan en uit kan trekken. Vandaar ook dat de oosterse religies populair zijn geworden in de postmoderne spiritualiteit. Deze religies zijn namelijk vele malen oppervlakkiger dan het christendom en zijn vaak doordrenkt van relativisme.

Zijn religies aan elkaar gelijk?

Strikt genomen was Pi natuurlijk nooit christen of moslim. Hij is in zijn denken voornamelijk hindoe, maar heeft daarbij Allah en een Christus-achtige godheid aan zijn polytheïstische kosmos toegevoegd. Jezus is daarmee een deva geworden in het hindoeïstische pantheon. Wanneer we zien dat hij voor het eten tot Christus bidt en als hij een vis vangt tot Vishnu, dan zouden wij christenen dit als godslastering en afgoderij kunnen ervaren. Maar voor een hindoe is dit niet geval. Je kunt het gebed van een hindoe dan ook niet vergelijken met het gebed van een christen, aangezien hindoes niet in een persoonlijke, laat staan een verlossende, God geloven. We noemen het misschien allebei ‘bidden’ maar in werkelijkheid heeft men het over twee verschillende dingen.

Mensen zien dit verschil echter niet altijd. Vooral diegenen die zich ‘spiritueel maar niet religieus’ noemen, hebben soms de neiging om te denken dat alle religies onder de motorkap in feite aan elkaar gelijk zijn. Ze gebruiken allemaal symbolen om een boodschap te verkondigen dat we lief voor elkaar moeten zijn. De boodschap is belangrijk, maar de symbolen mag je vooral niet letterlijk nemen, want anders ben je een fundamentalist. En dus zijn alle geloven in ‘zuivere’ oervorm precies even waardevol… vooral de oosterse. Of, als ik zo vrij mag zijn om Orwell’s knipoog naar het communisme te verdraaien en er een religieuze context aan te geven: Alle goden zijn aan elkaar gelijk, maar sommige goden zijn gelijker dan andere.

Religie gereduceerd tot ethisch stelsel

Voor het christendom wordt vervolgens maar al te snel een uitzondering gemaakt. Niet zozeer vanwege Jezus Christus (dat was volgens sommigen namelijk best een toffe hippie), maar vanwege de christenen die zijn mooie boodschap hebben verdraaid. The Life of Pi maakt Jezus acceptabel voor moderne mensen door Hem op te nemen als één van de vele facetten van een abstracte symbolische godheid en de theologie uit het christendom te slopen totdat er alleen nog maar een flinterdun oosters dharma overblijft.

Als je het begrip religie reduceert tot een ethisch-symbolisch stelsel, dan doe je alle wereldreligies onrecht aan. Maar deze misvatting maakt het wel begrijpelijk dat men christenen verwijt dat zij menen het monopolie op de moraal te hebben. Als religie niets meer is dan ethiek in een spiritueel jasje, dan zou men christenen inderdaad arrogant kunnen vinden. Het wordt zelfs als intolerantie gezien wanneer men beweert dat Jezus weg is, in plaats van slechts een weg. Men denkt dan ten onrechte dat christenen vinden dat we in de hemel komen door ethisch te handelen en dat het geloof in Christus dus volgens ons de enige manier zou zijn om ‘een goed mens’ te zijn. Dat is natuurlijk volstrekte onzin, maar zolang men een te simplistisch beeld van religie heeft, kan men zeker het evangelie nooit doorgronden.

Christendom versus oosterse religies

Het christendom is fundamenteel anders dan oosterse religies. Waar de oosterling naar binnen keert om vrede te vinden, keert de christen naar buiten om vrede te geven. Waar de oosterling mediteert, contempleert de christen. En waar de oosterling vrij wil zijn van het lijden, geeft de christen een antwoord op het lijden, ja omhelst het zelfs. Het christendom eist dat we zowel onze ogen als onze harten openen en dus een soms bikkelhard realisme koppelen aan een onverschrokken idealisme. De oosterling probeert beiden te ontlopen. Zijn geluk ligt in de ontkenning van zijn individualiteit en de eenwording met een Al waarin iedereen gelijk is, waarin hij dus zowel zichzelf als de ander kan vergeten.

Voor de christen is ieder mens een unieke scheppingsdaad. Hij ontmoet God dus niet alleen in zichzelf, maar ook in de confrontatie met de ander. Zijn naasten dient hij lief te hebben gelijk zichzelf, en God boven alles (Matteüs 22:34-40).

In de oosterse religies kan God ‘slechts’ het Alles zijn, maar volgens de christen is Hij zelfs meer dan dat. Hij staat boven alles en is de Opperste Ander. De oosterling kan zich één voelen met een amorf Al, maar de christen heeft door de zondeval afstand genomen van de Ander. De weg naar Hem was voor ons afgesloten. Wij konden en kunnen Hem niet meer bereiken door simpelweg ethisch te handelen of eindeloos te mediteren. De enige mogelijkheid was juist de omgekeerde weg: Hij moest allereerst vlees worden en naar ons toe te komen, en dat heeft Hij gedaan. Hij heeft Zijn hand naar ons uitgereikt en het accepteren van deze handreiking betekent ‘ja’ zeggen tegen Jezus Christus. Hij is de weg.

God als mooi verhaal

In het ondiepe spirituele leven van Pi is Christus echter een verhaal, net als Vishnu of Ganesha. Een verhaal net als zijn eigen fantastische leven. Een religie is een symbolische bril waarmee je het harde leven inkleurt. Welke religie je daarbij kiest is een kwestie van smaak. Dat blijkt aan het einde van de film wanneer hij ook nog een andere versie van de gebeurtenissen in het bootje vertelt. In dat verhaal zat hij niet met dieren aan boord, maar met mensen. En dat verhaal heeft hij overleefd door moord en kannibalisme. Beide verhalen kunnen niet bewezen worden en hij vraagt zijn luisteraar welke hij als als waarheid prefereert. Deze kiest voor de eerste versie omdat dit een mooier verhaal is. “En zo is het ook met God,” besluit Pi.

Misschien met jouw god, Pi, maar niet die van mij…

, , , , , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


5 reacties op “Het ondiepe spirituele leven van Pi”

    • Jaap de Wit schreef:

      Bedankt! Het is al een wat ouder stuk, dus ik zal in het vervolg nog wat mijn best moeten doen om goede stukjes te produceren 😉

  • Heeft het overleef…d !
    Beste Jaap,
    Je schrijft knap en getuigend maar wil je ook een beetje letten op de uitgang van de voltooide deelwoorden? Het is een typische ‘Hollandse’ (taal)fout maar ze belemmert mij praktisch in het overdenken van de ‘inhoud’ van wat je schrijft !
    En dat is toch ‘zonde’?!…

  • Hallo – dank voor deze knappe analyse. Waar ik het met vele deelaspecten eens ben, verschil ik toch van mening inzake de conclusie. Wellicht ben ik al te beïnvloed door het boek van Yann Martel (dat inderdaad veel dieper ingaat op de dire religies die in de film slechts anecdotisch aan bod komen) – ik raad eenieder dan ook zeer aan om het boek te lezen, want het cliché (the book is better than the movie) gaat ook hier zeker op. Maar goed, ook Yann Martel kan niet worden vrijgepleit van enig syncretisme in de figuur van Pi. Vraag is echter of dat inderdaad op zich zo “godslasterlijk” dient te worden ervaren. De auteur (en in zijn zog de filmmaker) toont zich vooral kind van de postmoderniteit, waar functionele differentiatie op de “zingevingsmarkt” (de term alleen al is pijnlijk accuraat) leidt tot een proliferatie van “doe het zelf” religiositeit. Daar kunnen met recht kritische vraagtekens bij worden geplaatst, maar laat het nu net “Life of Pi” zijn waarin drie mainstream religies met meer respect worden benaderd dan dat in menig ander oeuvre uit de hedendaagse wereldliteratuur het geval is. Ook ben ik het (weerom eerder obv het boek dan obv de film) niet eens met de analyse dat Pi geen spirituele groei doormaakt, simpelweg omdat hij niet kiest voor één religie (liefst dan nog het christendom). In het boek blijkt immers net mooi hoe de jonge Pi de mensen van wie hij de uiterlijke vorm van deze religies meekreeg (een imam, een priester, zijn moeder) dankt, maar pas doorheen de ervaring van het lijden het wezen van elke religie ook van binnenuit leert kennen. Voor de jonge Pi in Pondicherry is “geloven” een aardigheidje, meegegeven door een aan,tal kleurrijke figuren (en hebben we die allemaal niet nodig in onze geloofsgroei), maar voor de Pi die aanspoelt op het strand in Mexico is geloven een kwestie van overleven geworden. Alle religieus syncretisme ten spijt herken ik in die evolutie veel van de groei die Job doormaakt in het gelijknamige Bijbelboek. Afsluitend een citaat uit het boek: “If Christ spent an anguished night in prayer, if He burst out from the Cross, ‘My God, my God, why have you forsaken me?’ then surely we are also permitted doubt. But we must move on. To choose doubt as a philosophy of life is akin to choosing immobility as a means of transportation”.

    Meer leuks: http://www.goodreads.com/work/quotes/1392700-life-of-pi

    • Hartelijk dank voor de zinvolle bijdrage. Mijn analyse was slechts gebaseerd op de film en de verwachtingen die ik daarbij had, maar ik ben inmiddels erg benieuwd naar het boek. Ik had er al goede dingen van gehoord, maar als je aangeeft dat Pi door het lijden het wezen van elke religie ook van binnenuit leert kennen, dan klinkt dat als een mooi proces dat ik nu juist in de film zo miste. Ik zal dan ook zeker het boek eens ter hand moeten nemen, want het is inderdaad waar dat het boek meestal beter is dan de verfilming.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *