Eenzame oude vrouw

Over zelfmoordpillen en Engelse poëzie

Zo nu en dan word je plotseling herinnerd aan dingen die je vroeger leuk vond, maar die je eigenlijk alweer was vergeten. Een liedje dat je ooit hebt grijsgedraaid en dat je opeens op de radio hoort. Of een boek dat je eens enorm inspireerde en dat je nu onder een laag stof vandaan haalt wanneer je de zolder opruimt. Het zijn momenten die je steevast een gevoel van nostalgie geven. Zo gebeurde het vorige week dat mijn gedachten afdwaalden naar wat ooit een van mijn favoriete gedichten was: ‘No Man is an Island’ van John Donne. De aanleiding voor dit nostalgische momentje was echter minder plezierig. Het was namelijk het nieuws dat het kabinet hulp bij zelfdoding wil voor oudere mensen met een ‘voltooid leven’.

John Donne, zelf inmiddels ook niet meer een van de jongsten.
John Donne, zelf inmiddels ook niet meer een van de jongsten.

Het was in de jaren na de dood van mijn opa, dat ik zo van dat gedicht kon genieten. Mijn oma zei toen weleens tegen me dat ze het leven niet meer zo zag zitten. Voor haar voelde het leven inderdaad als ‘voltooid’ en op die momenten zei ze: “Ik wou dat Onze Lieve Heer me kwam halen.” Ik vond het vreselijk wanneer ze dat zei, maar ik kon het wel begrijpen. Zelf kampte ik in die tijd met een depressie en voor mij hoefde het leven dus ook niet zo nodig. Maar dat mijn oma niet meer wilde, vond ik wel heel erg moeilijk. En dus ging ik regelmatig na schooltijd even op bezoek. Steeds als ik haar kamer in het bejaardenhuis binnenkwam, zat ze op dezelfde plek. Ik zie haar nog zitten in haar stoel, vaak met een puzzelboekje of gewoon in gedachten verzonken. Dan merkte ze me plotseling op en begon prompt haar hele gezicht te stralen. Ze stond dan op, sloeg haar armen om me heen, kuste me, en riep dan: “Oh, wat hou ik toch van jou.” Ik hoop dat de liefde voor haar kinderen en kleinkinderen haar die laatste jaren heeft geholpen in de momenten dat ze het niet meer zo zag zitten. Haar warme liefde heeft mij in ieder geval wel degelijk op de been gehouden. Ik moet er dan ook niet aan denken dat er destijds iemand tegen haar had gezegd dat er een pil was voor mensen die klaar waren met leven.

De wens te sterven is voor veel mensen heel reëel. Het is een pijnlijk en ingrijpend probleem dat met de nodige compassie moet worden aangepakt. De term ‘lijden aan het leven’ is echter heel misleidend. De oorzaak van dit probleem is namelijk niet het feit dat men in leven is, maar dat men eenzaam is of depressief. Wanneer men dus een klaar-met-leven-pil aanbiedt, doet men aan de meest drastische vorm van symptoombestrijding die je maar kunt bedenken. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik destijds een liefhebbende familie had en een huisarts die niet zei: “Ik heb uw zielige verhaal eens aangehoord, meneer De Wit, en ik kom net als u tot de conclusie dat uw leven geen zin meer heeft. Man, man, man, wat een ellende. Hier heb je een zelfmoordpil.”

Ik vraag mij oprecht af of wij werkelijk een maatschappij willen zijn die mensen bevestigt in hun gevoel dat het leven zinloos is. Willen wij bloed aan onze handen hebben door, in plaats van problemen op te lossen, mensen met problemen uit de wereld te helpen? Als het aan het huidige kabinet ligt wel.

Ik was blij dat niet alleen de christelijke partijen tegen dit voorstel ageerden, maar dat ook een partij als de SP een krachtig standpunt innam. Zij legden de link met bezuinigingen in de zorg, die ertoe leiden dat de zorg verschraalt en veel ouderen zich eenzaam voelen. Dat zij daarmee de vinger op de zere plek hebben gelegd, bleek wel uit de heftige reacties die dat uitlokte bij de partijen die het voorstel steunden. Hoe durfde de SP te suggereren dat er iets anders dan ‘barmhartigheid’ aan deze zelfmoord-op-bestelling ten grondslag lag? Hoe haalden ze het in hun hoofd om dit in de bredere context van een reëel maatschappelijk probleem te plaatsen, die wellicht een voedingsbodem is voor mensen die uit het leven willen stappen? Het leidde tot een haast kafkaëske scene, waarin van SP-Kamerlid Renske Leijten werd geëist dat ze excuses zou aanbieden. Gelukkig hield ze voet bij stuk, want als we deze mensen willen helpen moeten we inderdaad beginnen bij een kwalitatieve – en vooral ook liefdevolle – zorg voor de ouderen. Toch zeker voor diegenen die geen familie of vrienden meer hebben om op terug te vallen. Zij zijn erg kwetsbaar en zullen als eerste slachtoffer worden van de voorgestelde wetgeving.

Je kunt er überhaupt al ernstige vraagtekens bij zetten wanneer een wetgever bepaalt dat een leven ‘voltooid’ kan zijn. Volgens de staat heeft het leven dan een zeker tastbaar doel en zodra je dat bereikt hebt, kun je gaan. Ben je economisch gezien niet meer productief en is er verder niemand meer van je afhankelijk? Dan is daar de uitgang. Nogmaals: is dat de maatschappij die wij willen zijn? Mijn grootmoeder leefde om lief te hebben, en als de liefde het doel is, dan is je leven eigenlijk nooit voltooid. Zelfs niet wanneer het ten diepste wel zo aanvoelt, want mensen zijn niet gemaakt om eenzaam te zijn. Wanneer een politicus zou roepen: “Willen jullie meer of minder eenzame mensen?”, dan denk ik dat iedereen “minder” zou antwoorden. Ik huiver echter voor de politicus die dat vervolgens vertaalt naar minder mensen in plaats van minder eenzaamheid.

Uiteraard zeggen politici dat niet zo letterlijk. In plaats daarvan betogen ze dat ze de autonomie van mensen erkennen. Dat klinkt heel nobel, maar volgens mij is die autonomie fictief. Mensen kunnen dan nog zo eenzaam zijn, ze zijn namelijk nooit alleen op deze wereld. En wie niet alleen is, is ook nooit helemaal autonoom. Zoals het gedicht van John Donne het zo mooi omschrijft: “niemand is een eiland.” Wanneer de zee een klein kluitje aarde opslokt, dan is het gehele continent per definitie kleiner geworden. Zelf heb ik dat ervaren in die moeizame laatste periode van mijn grootmoeders leven. Die warme liefde die ik toen tastbaar kon voelen, bepaalt mijn leven tot op de dag van vandaag. Wanneer ik tegenwoordig met mijn neefjes en nichtjes aan het stoeien ben, dan denk ik met enige regelmaat aan oma. Op zulke momenten geef ik hen een dikke knuffel en zeg ik dat ik van hen hou. Zo zie je maar, dat zelfs toen ze de indruk had dat haar leven voltooid was, ze nog een geschenk heeft achtergelaten dat zelfs nu nog wordt doorgegeven aan een generatie kinderen die ze zelf nooit heeft gekend.

De werkelijkheid is altijd complexer dan een checklist die men afgaat bij hulp bij zelfdoding. Mensen staan nooit geheel op zichzelf. Mijn oma was zeker geen eiland en voor mij was de wereld een heel stuk kleiner toen zij stierf, maar ik ben heel dankbaar dat er toen geen kabinet was dat haar al jaren eerder zou hebben afgeschreven. Oma is namelijk niet gegaan voordat ze de wereld, zonder het te weten, ook een heel stuk groter had gemaakt.

Maar ik vraag me daardoor wel af hoeveel eenzame weduwen we door een dergelijke wetgeving zullen mogen begraven, terwijl er nog mensen rondlopen die hen hadden kunnen doen stralen van geluk. Wat voor voorbeeld van zelfbeschikking geven we hun depressieve kleinkinderen, die staan te rouwen bij hun kist? Wie zijn die mensen voor wie wij – telkens weer te vroeg – de klokken zullen horen luiden?

Stellen de politici, die aan het einde van hun ambtstermijn nog even snel een populair wetsvoorstel willen doordrukken, zichzelf deze vragen? Hebben de artsen, die menen te kunnen vaststellen dat het bestaan van hun patiënt geen zin meer heeft, een checklist om ze te beantwoorden? Ik betwijfel het. Wellicht zouden ze ook dat prachtige Engelse gedicht eens moeten lezen. Met name de laatste regels geven me iedere keer weer kippenvel.

Any man’s death diminishes me,
Because I am involved in mankind,
And therefore never send to know for whom the bell tolls;
It tolls for thee.


Dit artikel is gebaseerd op mijn column in ‘Van Harte Katholiek’ van 19 oktober 2016 op Radio Maria.

, , , , , , , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


9 reacties op “Over zelfmoordpillen en Engelse poëzie”

  • Die pil werkt prima waarvoor hij bedoeld is; mensen de gelegenheid geven op een humane en waardige manier afscheid van het leven te kunnen nemen.

  • Mensen kunnen onder druk worden gezet, zich ondet druk gezet voelen, zich schamen voor de ‘impact’ die ze hebben op degenen, wiens zorg ze nodig hebben.

    Ook nu zijn er allerlei alternatieven voor het voor een trein springen, welke ik niet zal noemen. Ik heb twijfels bij de ethiek van het geven van tips voor zelfdoding aan een ander mens. Zeker als het doel daarvan is dat wij achterblijvers straks minder hoeft op te ruimen.

  • Wat is er op tegen dat terminale mensen zich middels een pil verder lijden besparen en hun een kans te geven op een waardige manier afscheid te nemen?

    Verder kun je je afvragen of mensen die zo genoeg hebben van het leven hebben dat ze voor de trein springen (wat wekelijks gebeurt) je ze niet beter de mogelijkheid kunt geven een pil te slikken. Dat heeft veel minder impact op de maatschappij.

  • H. Vanhecke schreef:

    Ik lust uw commentaar niet altijd, maar dit is de nagel op de kop. Ik ken ouderen die niet meer willen leven maar als je hen vraagt “Je bedoelt dat je op deze manier niet meer wilt leven?” dan beamen ze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *