Over wanhopige mensen en een lijdende God

Het is vandaag Goede Vrijdag en dat betekent dat we stilstaan bij de kruisdood van Christus. Ik kan me de eerste keer dat ik hier heel bewust bij stilstond nog goed herinneren, want dat was het moment dat voor mij de directe aanleiding was om terug te keren naar de katholieke Kerk. Als ongelovige man stapte ik een Waals kerkje binnen op het dieptepunt van mijn leven. Daar had ik een mystieke ervaring waarin ik een God ontmoette, die zelf het lijden op zich had genomen voor mij en voor alle mensen in de geschiedenis. Mijn eigen verdriet leek op dat ogenblik zo nietig, dat ik ervan overtuigd was dat ik die God opnieuw moest leren kennen. Hoewel ik op dat moment nog een hele weg te gaan had voordat ik het christendom ook op intellectueel niveau kon begrijpen en accepteren, was die ervaring voor mij zo krachtig dat ik me sindsdien nooit meer ongemakkelijk heb gevoeld bij het vraagstuk van het lijden.

Toch is dit een moeilijk vraagstuk, dat voor velen de kern raakt van hun geloof of ongeloof in God. Waarom zou een almachtige God immers zoveel lijden en ellende in deze wereld toestaan? Het is een vraag die we ons de afgelopen dagen stelden, nadat er in Brussel talloze slachtoffers zijn gevallen door geweld dat ten dele religieus geïnspireerd is. Maar het is ook een vraag, die eigenlijk altijd actueel is. Duizenden jaren trachten theologen haar namelijk al te beantwoorden. En hoewel sommige antwoorden wellicht intellectueel bevredigend zijn, schieten ze emotioneel meestal vreselijk tekort. En uiteindelijk hebben wij, mensen, maar weinig aan een antwoord dat logisch is, maar niet goed aanvoelt. Ik werd hier onlangs nog op een schrijnende manier mee geconfronteerd.

De Agnietenkapel in Gouda
De Agnietenkapel in Gouda

Aangezien er in het centrum van Gouda al enige decennia geen katholieke kerk meer is, hadden we besloten om deze maand één dag de Agnietenkapel te huren. Dat is een overblijfsel van een voormalig klooster, dat tegenwoordig voornamelijk dienstdoet als expositieruimte, maar wij hadden het die dag terug ingericht als kapel. Er was een uitstelling van het Heilig Sacrament waar mensen konden bidden en een kaarsje opsteken. Het pastoraal team was aanwezig voor mensen die behoefte hadden aan een gesprek. Ook waren er vrijwilligers het centrum van Gouda ingetrokken om kaarsjes uit te delen aan mensen met de uitnodiging om die aan te steken in de kapel voor een zieke, een eenzame, of iemand anders die het nodig kon hebben. Het was een groot succes, en veel mensen onderbraken hun boodschappen om een kaarsje op te steken en even in stilte te bidden bij Onze Lieve Heer.

Uiteraard waren er ook enkele negatieve reacties, en hoewel ik die doorgaans moeiteloos over me heen laat komen, was er één die me persoonlijk diep raakte. Een man drentelde al een minuutje om me heen en het was duidelijk dat hij iets wilde zeggen. Toen ik hem uiteindelijk aansprak, reageerde hij tot mijn verbazing woedend. Zijn lieve, gelovige dochter had net twee weken daarvoor zelfmoord gepleegd. “Moet ik nu geloven in een liefhebbende God, die voor de mensen zorgt?”, vroeg hij zich retorisch af, voordat hij weer boos wegbeende.

Ik voelde de boosheid, het verdriet en de wanhoop achter deze heel oprechte vraag. Het is een vraag waar uiteindelijk iedere religie een antwoord op zoekt. En zelfs het atheïsme beantwoordt die vraag, al is het maar door simpelweg te stellen dat er geen God is. Atheïsme en christendom liggen wat dat betreft niet eens zo heel ver van elkaar wanneer je het bijvoorbeeld vergelijkt met boeddhisme. In het boeddhisme probeert men van het lijden af te komen door zich te onthechten, zich los te maken van zijn verlangens. Zowel de atheïst als de christen hebben een meer realistisch wereldbeeld waarin lijden noodzakelijk is. Volgens de atheïst zit dat in de natuur, omdat er geen God is. Volgens de christen zit dat in de natuur, omdat er een kloof is tussen mens en God.

Toen ik zelf nog ongelovig was, vond ik het nogal merkwaardig dat Jezus aan het kruis zou hebben gezegd: “Mijn God! Mijn God! Waarom heeft U mij verlaten?” (Mat. 27, 46; Mar. 15, 34). Ik begreep niet hoe christenen konden geloven dat Jezus God was, terwijl hij zelf aan het kruis een atheïst bleek te zijn. Ik vermoedde dan ook dat de meeste christenen snel over die ongemakkelijke verzen lazen zonder er al te veel bij na te denken. Maar nadat ik zelf op mijn meest ongelukkige moment God had ontmoet in een Waals kerkje, werd me pas echt de unieke positie van het christendom duidelijk. Het is de enige religie in de gehele geschiedenis waarin God zelf door het lijden de worsteling met het atheïsme heeft meegemaakt.

Ik ben blij dat Onze Lieve Heer aan het kruis geen wollige speech heeft gegeven over hoe we allemaal iets aardiger tegen elkaar moeten zijn. Dat zou – in die situatie – bovenmenselijk zijn geweest en daarmee had Hij het doel van de menswording voorbijgeschoten. Johannes verraadt al in het begin van zijn evangelie dat God de kloof tussen zichzelf en de mens heeft overbrugd door vlees te worden en onder ons te wonen. Hij is aan onze kant van de kloof gaan staan, en daardoor kunnen wij nu ook naar Hem. Maar dat mysterieuze gegeven kan pas echt betekenis krijgen voor ons wanneer we beseffen dat Hij vrijwillig juist die verschrikkingen op zich heeft genomen, die Hem, net als ieder mens, doen vragen waar God dan is. En juist op dat moment geeft Hij een voorbeeld dat wij allemaal kunnen volgen. Ja, er is heldenmoed voor nodig, maar je hoeft zeker geen God te zijn om net als Jezus, wanneer hij de wanhoop nabij is, luidkeels te roepen: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.” (Luc. 23, 46)

We kunnen dat roepen, omdat Jezus zelf met Pasen heeft bewezen dat de dood niet het einde is, en dat het lijden nooit het laatste woord heeft. Zelfs in ons diepste verdriet mogen we dan ook al de wortels zien van de paasvreugde die hoe dan ook zal volgen. De man wiens dochter zichzelf recent van het leven had beroofd, kon die moed uiteraard (nog) niet opbrengen en er is niemand die hem dat kwalijk kan nemen. Ik hoop dat hij troost mag ervaren en dat hij deze tragische gebeurtenis uiteindelijk een plaatsje kan geven. Misschien realiseert hij zich dan hoeveel hij met Onze Lieve Heer gemeen had op het moment dat hij in het diepste van zijn wezen twijfelde aan Zijn bestaan.

Het lijden van die man in Gouda, raakte me diep. Toen ik dat Waalse kerkje binnenliep, was ik ook nog niet zo lang mijn dochter kwijt. Ze was gelukkig niet dood, maar haar moeder had haar meegenomen naar Amerika en wilde op dat moment geen contact meer. Toen ik daar God ontmoette, werd mij in ieder geval één ding duidelijk. Het is misschien de grootste paradox van het christendom, maar het is een waarheid die ik sinds die dag niet meer los heb gelaten: wanneer je besluit om het kruis te dragen dat je gegeven is, valt er een last van je schouders.

Ik hoop dat iedereen met mij die bevrijding in deze dagen mag voelen en komende zondag oprecht kan genieten van een zeer zalig paasfeest.


Dit artikel is gebaseerd op mijn column in ‘Van Harte Katholiek’ van 23 maart 2016 op Radio Maria.

, , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


10 reacties op “Over wanhopige mensen en een lijdende God”

  • Ik denk wel dat theodicees zogezegd geen tranen drogen. Er zijn mensen die compleet gelukkig lijken te zijn met antwoorden waarvan je, als je er een halfuurtje rustig over nadenkt, kunt constateren dat het objectief grote onzin is en andersom ook; mensen die bijvoorbeeld een ernstige diagnose van de dokter krijgen en dan compleet in de ontkenning schieten.

  • Robert Frans schreef:

    Heb ook een meisje min of meer gekend die heel christelijk was, maar toch suïcide pleegde. En zo zijn er wel meer christenen en ook niet-christenen die door een zware depressie gedwongen leven vanuit de dood, constant vechten tegen de doodswens en uiteindelijk toch uitgeput bezwijken onder dat kruis.
    Vooral dat meisje zette mij toch aan het denken: waarom laat God het dan zover komen? Waarom kon Hij haar niet een béétje troost geven, zodanig dat zij in elk geval de neiging tot suïcide kon weerstaan?

    Niet het lijden levert mij dan ook echt problemen op, ik vind die lijdensmystiek best wel mooi, maar vooral de wreedheid, volstrekte willekeur en grimmige langdurigheid van bepaalde ziekten of aandoeningen.
    Echt, de natuur is niet zelden zoveel wreder en “creatiever” dan mensen kunnen bedenken, het is echt onvoorstelbaar. En die natuur is door God geschapen, daar hebben wij lang niet altijd schuld aan.
    Geen enkele persoon die op God vertrouwt en vurig tot Hem bidt, zou tot suïcide moeten kunnen worden gedreven door wat of wie dan ook. Maar het gebeurt wel. Moge deze mensen rusten in vrede.

  • Jan-Peter schreef:

    Als Gods Almacht stuit op de menselijke wil, de zondeval, dan is God niet Almachtig. Schijnbaar heeft God het gewild? Dat kun je toch ook niet zeggen want God wil het kwade niet. Wat ik dus wil aantonen: begrijpen doe je het niet, vraagtekens blijven vraagtekens, ook intellectueel. We lezen ook geen antwoord op de vraag van Jezus aan het kruis of bij Job. Wanneer Job schuld heeft bekend aan God zegt hij God te willen ondervragen. Over die conversatie lezen we niets. We moeten dus leren leven met het zwijgen van God. Misschien is de stilte de meest leerzame weg.

    • Het begrip ‘almacht’ heeft wel logische grenzen, tenminste volgens het katholiek geloof. Dat is m.i. wel een heel belangrijke sleutel tot dit alles. Hij kan geen vierkante cirkels scheppen en ook geen steen scheppen die Hij niet kan tillen, dat soort zaken. Het zou ook geen ´almacht´ zijn als één aspect van God in strijd zou zijn met het andere aspecten. Ik weet het, die nominalismediscussie is één van mijn twee vaste stokpaardjes, maar kennelijk toch niet onbelangrijk.

    • Zou je dan niet beter kunnen zeggen, Anthony, dat voor God alle (goede) dingen mogelijk zijn?
      En waarin ligt de relatie met almacht en de aspecten van God?

  • Zou Christus aan het bestaan van God, zijn Vader, zelfs één moment getwijfeld hebben? Neen toch? Hij voelde zich in zijn uur van sterven wel verlaten.

    • Jaap de Wit schreef:

      Uiteraard denk ik niet dat Hij daar zelf aan heeft getwijfeld, maar het is dat verlaten gevoel, dat hij wel degelijk heeft meegemaakt, dat veel mensen doet twijfelen aan Zijn bestaan. Door uiting te geven aan dit gevoel laat Christus m.i. zien hoe dicht Hij bij ons staat.

    • De uitroep “Mijn God, waarom hebt u mij verlaten” is ook de aanhef van psalm 22 en juist die psalm vormt de verbinding tussen de vier Evangeliën, in elk Evangelie wordt weer een ander gedeelte geciteerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *