Franciscuskoeken

Franciscuskoeken

Tot enkele maanden terug was ik wat dubbelhartig als het aankwam op Franciscus. Van Assisi, dat is, niet van het vaderlijke hoofd van onze Kerk. Ik bedoel, allemaal leuk en aardig hoor, die Franciscus: lekker kwetteren met de vogeltjes, beetje een kerkje bouwen, beetje roeptoeteren op marktpleinen. Ik ken mensen die een nuttelozer dagbesteding hebben. Managers en politici en zo.

Maar dat bedelen, hè, dat bedelen…

St. Franciscus praat met vogels
St. Franciscus ‘twitterde’ al voordat het populair werd.

Kliekjes

Begrijp me niet verkeerd: ik begrijp dat wel, dat bedelen. Hoort er toch bij als je in armoede wil leven; je keuken heb je weggegeven en met afhaalchinees geef je ook niet echt het goede voorbeeld. Alleen: bedelen om voedsel leidt tot de opeenstapeling van kliekjes. Restjes stamppot, een halfopgegeten korst brood-met-aardbeienjam en de klets ondergekwijlde groentensoep van je demente opa, afgemaakt met een onwelriekende lik reuzel van vorige week. Zelfs Franciscus moest er van kokhalzen toen hij de eerste keer zijn eten bij elkaar gebedeld had. En terecht.

Als rechtgeaard katholieke huisvrouw is mijn motto ‘De enige goede katholiek is een smullende katholiek’ – waarna ik mijn gezin dan ook met graagte de nodige kilocalorieën voorschotel. De regel dat zij geen van allen van tafel mogen voordat onze formaat-fietswiel-borden leeggeprikkeprakt zijn, heeft dan ook geleid tot zeer als katholiek herkenbare, welgevormde, blozende kindertjes. (In tegenstelling tot die van onze protestantse buurvrouw, die pipse scharminkels heeft voortgebracht. Ik verdenk haar ervan dat zij haar kinderen slechts magere yoghurt en crackers voert, en wat ongezoete citroenthee als schooldrank meegeeft in hun bekertjes. Een dieet dat, nu ik er over nadenk, ook heel goed hun immer zure en ontevreden gezichtsuitdrukking verklaart.)

Bagna Cauda

Enfin. Dubbelhartig dus. Tot een paar maanden geleden; het was 24 juli en het was zonnig in Rome. We bezochten er het Vaticaan en werden allervriendelijkst onthaald door Franciscus de Eerste. (Het vaderlijke hoofd van onze Kerk, dat is – niet die van Assisi.) Ik kon het niet laten om tijdens de Bagna Cauda die hij in onze eer bereidde mijn opluchting te laten blijken. Ik was al bang door de eenvoudig levende man de kliekjes van de vorige dag geserveerd te krijgen. Zij ogen begonnen te schitteren toen hij me toefluisterde – onderwijl schichtig van links naar rechts kijkend – dat hij me na het eten de bibliotheek wilde laten zien. Gedwee knikte ik, niet wetende wat daar nu zo bijzonder aan was.

Na het eten liepen we door de schier eindeloze gangen van het Vaticaan, onze voetstappen weerkaatsend op het marmer. Ik raakte danig in verwarring toen we een hoek omsloegen, en nog één, en vervolgens een trapje af, een lange, donkere gang door, en toen halt hielden bij een kleine, onopvallende houten deur. Omzichtig viste Franciscus een kleine, gouden sleutel uit zijn pauselijke toga tevoorschijn die aan een lange ketting om zijn nek hing. De angst bekroop mij dat achter deze deur wel eens de donkerste, duisterste geheimen van het Vaticaan verborgen konden zijn.

Houten deur in crypte
Typisch geheimzinnige, vaticaanse deur

Vaticaanse kelders

De kelders waren diep en groots en helder verlicht. Overal waar ik keek zag ik glas, en chroom, en futuristische tekentafels met daaraan vermoedelijke onderzoekers met plastieken handschoentje. Een constante bries verried een luchtfilteringssysteem dat voor een optimaal preserveringsklimaat moest zorgen. “Ziehier de hypermoderne en ultrageheime Vaticaanse kelders!” riep de Paus me trots toe. Ik kon niet anders dan stamelen dat Dan Brown het toch niet helemaal bij het verkeerde eind had gehad. Boos schudde Franciscus zijn pauselijke hoofd en mompelde iets in het Italiaans, dat ik hier niet zal herhalen. Hij zuchtte en zei: “Ach, in zoverre had hij gelijk dat we hier wel degelijk de belangrijkste geheimen bewaren, ja. Zoals wat ik je nu ga laten zien.”

Hij troonde me mee naar één van de vele ruimtes, via ‘geschiedenis’ (een redelijk grote sectie, zo te zien) en ‘esoterie’ langs ‘management’ en ‘thrillers’ naar een sectie gelabeld ‘kookboeken’, alwaar hij een fors in ezelleer gebonden boek van de plank tilde. “Dit,” zei hij plechtig, “is het originele kookboek van Vrouwe Jacoba van Settesoli.” Mijn mond viel open van verbazing.

Vrouwe Jacoba! Broeder Jacoba! De adellijke dame die de heilige Franciscus met regelmaat bezocht, en dan voor hem kookte! Wiens amandelkoeken zo lekker waren dat Franciscus er op zijn sterfbed om verzocht en daarvoor zelfs de kloosterregels liet breken! Kon het zijn?

Het was zo. De lang verloren gewaande recepten lagen hier, in deze hel verlichte kelders, gevrijwaard tegen vocht en papier etende beestjes. Al die jaren.

Enfin. Natuurlijk mocht ik de bundel niet meenemen. Ik kreeg ook niet de kans om stiekem, achter de pauselijke rug om, een bladzij of twee uit te scheuren en weg te foefelen in mijn onderkledij. Tot dusverre mijn Dan Brownavontuur.

Nachtelijk telefoontje

Mijn vertedering was groot toen ik gisteren een telefoontje van onze heilige vader ontving. Ik had mijn teleurstelling maar moeilijk kunnen verbergen; vandaar dat hij me nu belde met het recept van de koeken van Jacoba, die zij in haar receptenbundel liefkozend ‘Franciscuskoeken’ noemde. Dat het midden in de nacht was nam ik maar even voor lief. Fluisterend vertelde Franciscus me dat dit één van de doelen was die hij zich à la Seth Godin had gevisualiseerd en die het focusboard boven zijn bureau sierde: het aantrekkelijk maken van de Kerk. Zij voorwaarde voor het afgeven van het recept was dan ook dat ik zou zorgen voor verspreiding ervan onder zo veel mogelijk katholieke zieltjes. “Kun je anders niet bij Broodje Paap terecht?” sloot hij zijn verhaal af.

Natuurlijk hield ik bij het doen van die belofte als rechtgeaard katholiek mijn vingers gekruist achter mijn rug. (Wat sec beschouwd vreemd is aangezien zelfs de paus naar mijn idee niet door de telefoon heen kan kijken. Maar goed, je weet maar nooit, nietwaar?) Wat zou het openbaar maken van dit recept wel niet teweeg brengen in onze visie op Franciscus’ armoede? Zouden we de paus afzetten door zijn associatie met een inconsistente heilige? Zou de heiligverklaring van Chesterton stuklopen omdat hij dit belangwekkende detail over het hoofd zag in zijn biografie over St. Franciscus? Zouden we massaal koeken gaan opsturen naar ontwikkelingslanden?

Vingers gekruist achter rug
Typisch katholieke belofte

Het is niet aan mij, besefte ik, om Gods plan te dwarsbomen.

Omwille van alle zich met Franciscus’ gedachtengoed verwant voelende zielen: hier het befaamde, vroegmiddeleeuwse amandelkoekenrecept om je familie, vrienden, buren en de vogels mee te zegenen.

Franciscuskoeken

(Met amandel gevulde koeken gebakken in honing en wijn)

INGREDIËNTEN:

• Fijngemalen amandelen, eventueel ook geschaafde amandelen
• Gemberpoeder
• Suiker
• Een weinig zout
• Deeg (neem bv. hartig taartdeeg)
• Olie (om te frituren)
• Honing
• Wijn (rood of wit en licht zoet)

BESCHRIJVING:

Meng de amandelen met de suiker, gember en een beetje zout – het moet een zoete en licht kruidige mix worden. Rol het deeg uit en steek er cirkels of vierkanten uit die je vult met het amandelmengsel. Vouw dubbel en dicht de randen goed af. Leg te rusten.

Breng in een pan de honing zacht aan de kook en zet het vuur laag. Voeg net voldoende wijn toe om een dikke saus te maken. Zet apart.

Bak de koeken in hete olie tot ze lichtbruin zijn en laat ze uitlekken. Kwast ze vervolgens ruim in met de honing-wijnsaus. Leg de koeken op een bakplaat en bak ze enkele minuten af in een hete oven. Tijdens of na het bakken kunnen de baksels nogmaals met de saus worden ingesmeerd. Garneer eventueel met geschaafde en geroosterde amandelen.

Eet smakelijk en hatseflats.

, , , , , , , , ,

Marsha

Marsha is geboren en getogen in het Brabantse, maar woont inmiddels al weer bijna tien jaar in een vinexwijk het oosten van het land. Daar probeert ze een huishouden met twee ondernemers (waarvan zij er zelf één is) en drie kinderen met wisselend resultaat in goede banen te leiden. Eigenschappen als kalmte, berusting en een opgewekt humeur zouden daarbij heel goed van pas komen en staan dus nog op haar verlanglijstje. Ze hoopt dat ze in haar heiligenboeken daarvoor wat aanknopingspunten vindt, maar die liggen door alle drukte helaas nog ongelezen op haar nachtkastje. Tot die tijd zoekt ze haar goede humeur in chocolade.

Alle berichten van Marsha


7 reacties op “Franciscuskoeken”

  • @Ciska Nee, hij raadde me aan om me tijdens het bakken te laten leiden door de Heilige Geest. Indertijd werden de hoeveelheden als bekend beschouwd, denk ik, aangezien iedereen nog zo’n beetje zelf kookte en bakte. Maar ter indicatie denk ik dat je aan het volgende een goede leidraad hebt. (voor plm 12 stuks)

    Deeg:
    200 gr boter, 550 gr bloem+extra voor het uitrollen, 1 tl zout, 1 dl lauw water, evt. 1 losgeklopt eiwit om de randen dicht te plakken. Voor zoet deeg, vervang een deel van het water door rozenwater.

    Vulling:
    250 gram amandelen, 125 gram suiker, 1 tl gemberpoeder, een snuf zout. Je kunt de amandelen ook roosteren voor het fijnmalen.

    Laat je even weten hoe ze bij jou uitpakten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *