Lot verlaat Sodom

Over onheilspellers en zoutpilaren

Enige weken geleden arriveerde ik op Rotterdam Centraal en huppelde ik, zoals iedere ochtend, vrolijk fluitend naar mijn werk, toen ik plots een wat schuchtere man zag staan die een groot bord vasthield waarop hij had geschreven: “Alle niet geloven in Jezus worden in de hel geworpen (sic).” Vanzelfsprekend was mijn eerste gedachte: “Schandalig! Dat men zo durft om te gaan met de Nederlandse taal!” Toen ik eenmaal bekomen was van de grammaticale schrik, bedacht ik me dat de boodschap inhoudelijk ook wel wat te wensen overliet.

Typisch hels tafereeltje

Een impopulair onderwerp

Allereerst vroeg ik me af of het überhaupt wel waar was, wat deze man beweerde. Ik geloof inderdaad dat Jezus dé weg is, maar word je zonder pardon in de hel geworpen als je simpelweg niet in Hem gelooft? Als christen geloof ik zeker in het bestaan van de hel. Maar mijn moeder, bijvoorbeeld, gelooft daar niet in. Zij kan niet geloven dat God, die oneindig goed en genadig is, mensen voor straf naar de hel stuurt. Ik heb het idee dat er meer christenen zijn die er zo over denken. Of zij geloven soms wel dat er een hel is, maar dat deze vrij dunbevolkt is. De verdoemden zijn zo schaars dat wijlen Adolf Hitler ieder jaar met zijn verjaardagspartijtje net te veel gasten heeft om zelf te koken, maar te weinig om een cateringbedrijf in te huren.

In mijn katholieke kringen moet ik constateren dat de hel niet echt een populair gespreksonderwerp is. En ook geen onderwerp van preken. Dat is op zich wel begrijpelijk. De hel is namelijk inderdaad geen leuk of prettig onderwerp. Maar juist daarom moeten we het niet geheel vermijden, want of we het nu leuk vinden of niet, het maakt een wezenlijk onderdeel uit van ons geloof. Dus op de één of andere manier moeten we er toch de confrontatie mee aangaan. Wat is de hel, en hoe komt men daar terecht?

De Catechismus over de hel

Als goed katholiek grijp ik natuurlijk direct naar het Catechismus van de Katholieke Kerk. Over de vraag waarom iemand naar de hel gaat, staat daar (paragraaf 1037):

“Niemand wordt door God voorbestemd om naar de hel te gaan: daarvoor is het noodzakelijk zich vrijwillig van God af te keren (een doodzonde) en daarin tot het einde toe te volharden.”

Over de vraag wat de hel is, wordt een paar paragrafen eerder (1033) gezegd:

“In doodzonde sterven zonder er berouw over gehad te hebben en zonder Gods barmhartige liefde te aanvaarden betekent uit eigen vrije keuze voor altijd van Hem gescheiden blijven. En het is deze staat van het zichzelf definitief uitsluiten van de gemeenschap met God en de gelukzaligen die men aanduidt met het woord ‘hel’.”

Wat hierin opvalt is dat de hel niet wordt beschreven als een plaats met martelingen en vuur. Jezus sprak wel over hellevuur, maar ik denk niet dat we daaruit met zekerheid kunnen afleiden of Hij dit letterlijk of figuurlijk bedoelde. Maar waar we wel van uitgaan is dat de hel een eeuwige staat is waarin we afgesloten zijn van Gods liefde (wat welbeschouwd veel erger is dan geroosterd worden), en ook dat we hier zelf voor hebben gekozen. De hel is dus niet zozeer een straf, maar iets wat we onszelf aan kunnen doen door Gods geschenk niet te accepteren en geen levende relatie met Hem aan te gaan. Het geloof in Jezus Christus is hierbij van cruciaal belang (Joh. 3:16, Rom. 3:21 e.v., etc.). Hij is immers de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14:6).

Hoe ontkom je aan de hel?

Als we dus nadenken over de hel is de vraag hoe men daar terechtkomt eigenlijk minder belangrijk dan de vraag hoe men er vooral niet terechtkomt. We hebben het dan over de heilsleer en dat is een punt waar katholieken en protestanten het vaak oneens met elkaar zijn. Er wordt wel eens gezegd dat protestanten geloven in de redding door het geloof alleen, terwijl katholieken de redding door geloof en goede werken propageren. Nu zijn daar wel wat nuances in te brengen, dus laten we eerst eens kijken wat alle christenen gemeen hebben: het geloof is ontzettend belangrijk in onze redding en het is Jezus Christus die ons redt. Had de man met het onsympathieke bord dan toch gelijk?

Hier verschillen de meningen nogal over. In de tweede eeuw riep men: “Extra ecclesiam nulla salus.” Buiten de Kerk is er geen heil mogelijk. Dit is een dogma in de katholieke Kerk geworden dat nogal eens verkeerd wordt begrepen, zowel door katholieken als protestanten. Want dit betekent niet dat de katholieke Kerk meent dat men officieel, zichtbaar lid moet zijn om gered te worden. Want ja, hoe zat het dan met de mensen die voor Christus leefden of nog nooit van Hem gehoord hadden? Met deze vraag worstelden de eerste christenen ook. Zo schreef Justinus de Martelaar rond A.D. 150 dat Christus de incarnatie van de Logos was. Degenen die voor Christus leefden en ook volgens de Logos leefden (bijvoorbeeld Griekse filosofen zoals Socrates en Heraclitus waarvoor Justinus veel bewondering had), waren volgens hem dan ook feitelijk christenen.

De doop is ruimer dan men denkt

Hoe kon men dit verenigen met het idee dat men gedoopt moest zijn om tot Zijn universele Kerk te behoren? De katholieke Kerk erkent drie vormen van doop. Behalve de waterdoop kent men namelijk ook nog de doop door bloed en de doop door begeerte. De doop door bloed houdt in dat iemand zijn leven heeft gegeven om te getuigen voor de kerk van Christus. De doop door begeerte houdt in dat iemand God leert kennen, Hem liefheeft en zijn leven wil leiden volgens zijn wet. Hieronder vallen dus mensen die Christus reeds hebben leren kennen maar nog voor hun waterdoop komen te overlijden. Dat is ook wel logisch want de doop mag dan wel noodzakelijk zijn (Mc. 16:16, Hand. 2:38, 1 Pet. 3:21) om een nieuwe schepping te worden (2 Kor. 5:17, Gal. 6:15), maar het is je geloof dat je redt en niet de doop zelf.

Zo zegt Petrus bijvoorbeeld in Hand. 10:46-47 over de heidenen: “Niemand kan toch het doopwater weigeren aan deze mensen, die evenals wij de heilige Geest ontvangen hebben?” Door de doop door begeerte worden schijnbare tegenstellingen opgeheven. Immers, het geloof kan al betekenen dat iemand als lid van Zijn Kerk kan worden aangemerkt. En in dat opzicht kunnen we vaststellen dat er buiten deze kerk inderdaad geen heil mogelijk is, want ieder die gered is, heeft een relatie met Christus en is per definitie lid van Zijn Kerk.

Het mysterie van de genade

In theorie is het dus mogelijk dat iemand niet van Jezus heeft gehoord, of zo’n onjuiste informatie over Hem heeft vernomen dat Hij er redelijkerwijs niet in kan geloven, maar dat Hij toch via zijn persoonlijke geloof de ware Christus ontdekt en gered is. Dat wil overigens niet per se zeggen dat dat ook zo is. Het zou misschien kunnen en veel mensen hopen en vermoeden dat dit zo is, maar nogmaals, de meningen hierover verschillen en de heilsleer is dan ook onderwerp van menig religieus debat. Waarom? Omdat wij mensen het mysterie van de genade Gods maar moeilijk kunnen bevatten. Daarom is het ook een mysterie.

Het is niet voor niets dat de katholieke Kerk nog nooit een uitspraak heeft gedaan over wie er in de hel is beland. Het eindoordeel ligt bij Jezus (Mat. 25:31-46, Joh. 5:21-30), en wij kunnen en mogen als mensen niet op individueel niveau bepalen wie er in de hel terechtkomt.

Maar stel nu dat de man met zijn bord gelijk zou hebben, is het dan verstandig om dit op Rotterdam Centraal aan te kondigen? Ik denk het niet, tenzij je een hekel hebt aan Rotterdammers. Deze boodschap kan namelijk nogal averechts werken.

Hoe verpak je de boodschap?

Zoals we zojuist hebben kunnen merken zit achter deze éne simpele (en erg kromme) zin een enorme hoeveelheid theologische aannames en discussies verscholen, die de meeste voorbijgangers zullen ontgaan. Ongelovige mensen zullen een dreigement over de hel niet serieus nemen, en worden daardoor alleen maar verder verwijderd van de Waarheid. Als je namelijk de Waarheid wilt verkondigen, dan is (zoals met iedere boodschap) de verpakking van groot belang.

Nu zou je natuurlijk kunnen argumenteren: “Maar Jezus sprak toch ook regelmatig over de hel! Hij gebruikte ook bewoordingen om mensen af te schrikken. Waarom zouden wij dat dan niet mogen verkondigen? Het is toch waar? Hij heeft het toch gezegd?” Dat is natuurlijk allemaal wel zo, maar laten we niet vergeten dat Jezus sprak tegen godvrezende joden voor wie de wet ontzettend belangrijk was, en wie nog heel rechtlijnig dachten in punitieve termen. Voor deze mensen had een dergelijke voorstelling van de hel een levende betekenis en het zal ze dus ongetwijfeld aan het denken hebben gezet.

De moderne mens ziet de hel als een absurditeit, dus een ieder die op dezelfde wijze als Christus de hel in deze tijd probeert te verkondigen wordt simpelweg belachelijk gemaakt. Als je het evangelie met succes wilt verspreiden dan zijn er een heleboel uitgangspunten waarmee je de aandacht van je publiek kunt trekken (in positieve zin), maar de hel is daar niet één van. Het lijkt me sowieso eerder noodzakelijk om de moderne mens ervan te overtuigen dat er zoiets als “zonde” bestaat alvorens je over het over het heil en de Verlossing kan hebben.

De negativiteit voorbij

Jezus nedergedaald ter helle
Christus was zelfs nedergedaald ter helle

Er valt nogal wat kritiek te leveren op de “moderne” mens, maar als er één punt is waarop we hem mogen complimenteren dan is het wel dit: we houden tegenwoordig niet meer van negativiteit. Mensen zijn daar allergisch voor. Alles moet een positieve boodschap hebben anders willen we niet luisteren. De hel is een negatieve boodschap, en past daar niet in thuis. Mooi zo, vind ik. Want, nu wij als christenen hebben vastgesteld wat de hel is (het toppunt van negativiteit: jezelf uitsluiten van God), is het tijd om vooruit te kijken en de blijde boodschap te verkondigen. De boodschap van de christenen is namelijk doordrongen van positiviteit. Jottem!

Hoewel de hel voor de levenden mogelijk in de toekomst ligt, vergelijk ik het zelf liever met het verleden. In het verleden pleegden mijn voorouders de erfzonde, en in mijn persoonlijke verleden gebeurden er soms nare dingen. Nu zijn er twee manieren om met nare dingen uit het verleden om te gaan: je kunt met hoop naar de toekomst kijken, of je kunt er in blijven hangen en een cynisch, negatief mens worden. Kortom: ofwel je kijkt achteruit en blijft steken in de hel, ofwel je accepteert dat de genadige God een pad voor je heeft aangelegd en je kijkt met geloof, hoop en liefde naar wat de toekomst te brengen heeft.

Wat kan Lot ons leren?

In het eerste geval lopen we een enorm gevaar. We keren onze neus naar de negativiteit, maar als je je neus ergens naar toe keert loop je het risico dat de rest van je lichaam onbewust meedraait, en je dus onbedoeld van richting verandert. Je kunt geen christen worden uit angst voor de hel, want net als de pessimist die alleen maar in zijn negatieve verleden blijft leven, wend je je van God af als je slechts oog hebt voor de pijnlijke staat waarin een mens zich van Zijn liefde heeft uitgesloten. De optimist loopt (of kruipt als hij niet kan lopen) als een ware avonturier voorwaarts naar het heil dat hij door zijn geloof ontvangt.

Ik heb het altijd eigenaardig gevonden dat Lot en zijn familie niet achterom mochten kijken bij de vernietiging van Sodom. Waarom dit vreemde verbod? Waarom werd Lots vrouw zo zwaar gestraft voor een simpele beweging? Nadat ik de man met zijn onheilspellende bord had gezien begreep ik het opeens. Het was geen verbod, maar juist een gebod om vooruit te kijken en niet te blijven leven in het nare verleden. Blijkbaar was dit voor de vrouw van Lot onmogelijk en daarmee bezegelde zij haar eigen trieste einde. Van de heilige Bernardus van Clairvaux komt het gezegde dat de weg naar de hel geplaveid is met goede bedoelingen, maar ik zou daar nog aan toe willen voegen dat men onderweg vast ook een hoop zoutpilaren tegenkomt.

, , , , , , , , , ,

Jaap de Wit

Jaap is geboren in 1978 in het wonderschone Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda.

Alle berichten van Jaap


9 reacties op “Over onheilspellers en zoutpilaren”

  • Een simpele en grammaticaal gezien kromme zin, zomaar in een flits te lezen op een station in Rotterdam, terwijl men ‘dartelend en fluitend’ naar zijn weg gaat.
    De hel is de plaats waar men liever niet aan denkt in het welgestelde en extravagante Westen. De hel als plaats van vuur en pijn is immers zeer achterhaald en wordt als onbenullig beschouwd door zowel de heiden als de christen zelf, met enkele uitzonderingen daargelaten.

    Het kromme ligt misschien hier wel in dat de luxueuze westerling is vergeten dat vuur en pijn voor veel mensen dagelijkse kost was en dat thans nog het geval is.
    De waarheid is ook dat de vertrouwde wereld waarin men leeft – helaas – in een enkele flits een hel kan worden met vuur, leed, angst en groot verlies.
    De hel hoeft men waarlijk niet op een bovennatuurlijk niveau te zoeken. Hij is soms heel nabij en het is een kwestie – een vermoedelijk negatieve boodschap – of men dit nog wil, of liever gezegd, kan zien.

    Zien is niet het willen weten, maar des te meer het begrip dat een eigen wereld in een mum van tijd kan veranderen in een uitermate donkere plaats waar zichtbaar licht en tastbare vrede voor eeuwig lijken te zijn buitengesloten, want let wel, eeuwigheid is een relatief begrip. Wie langdurig ‘pijn en vuur’ doorstaat, zal het concept zonder einde beter kunnen interpreteren.

    Bekering en verlossing is plots niet de boodschap van de positieve mens, maar de opdracht om de mens een uitweg te bieden in zijn vreselijk bestaan, al niet in de eerste plaats voor zichzelf.
    Een uitweg uit een inktzwarte wereld die zich wispelturig lijkt te verdelen in zijn nagenoeg ogenschijnlijke porties voorspoed en de schrikbarende verandering in waar hij eveneens uit kan bestaan.

    Laat ik het zo dan zeggen: de vele slachtoffers in Auschwitz zullen zich nimmer hebben afgevraagd of er wel of niet een hel zou kunnen bestaan. Zij leefden er dagelijks in.
    Het negatieve is dat Auschwitz zich nog dagelijks herhaalt, zij het dat het soms een minder aantal slachtoffers kent.

    En dat is op zijn zachtst gezegd werkelijk krom; de intellectuele mens die zich stoort aan één enkele grammaticale fout, doch evenwel duizenden slachtoffers nodig heeft vooral hij zich moeite zal doen om het aspect hel tot zich door te laten dringen.

  • Hoi Jaap,

    Ik kwam via via op je blog terecht en ik moet zeggen dat het me als Calvinist met een zwak voor het Paepsche zeer aanspreekt! Mooie afwisseling tussen hilariteit en leerzame stukken. Ook bovenstaande vond ik een zeer interessant stuk.

    Ik had nog wel een vraag over wat je schrijft over negativiteit. Dienen we ons aan te passen aan onze hoorders die het negatieve niet meer kunnen verdragen? Is dat niet de mensen naar de mond praten? Ik moet ook denken aan Jezus woorden, dat er in het einde der tijden veel valse profeten zullen zijn die enkel positieve dingen vertellen. Dat was ongeveer ook waar je in het OT een valse profeet aan kon herkennen: het naar de mond praten van de heerser.

    Disclaimer: ik wil je zeker geen valse profeet noemen. De Mythe van de Vooruitgang is dan eerder een geschikte kandidaat. 😉

    Tegelijk triggert het mij ook wel weer. Als christen voel ik me toch vaak de brenger van slecht nieuws. ‘Je bent zondig.’ ‘Oh, is dat zo?’ ‘Ja, en daarom moet je Jezus om vergeving vragen!’ Etc…

    Hoe denk jij over deze materie?

    • Hoi Harm,

      Bedankt voor je reactie. Je stelt terecht de vraag of we de mensen naar de mond praten als we ons aanpassen aan onze hoorders. Het ligt er natuurlijk ook aan wat je verstaat onder ‘ons aanpassen,’ want als dat betekent dat we onze boodschap inhoudelijk veranderen, dan zouden we inderdaad valse profeten zijn. We mogen zeker geen zaken uit het christelijke geloof weghalen, omdat ze niet zo fijn klinken. Maar aan de andere kant is het wel belangrijk hoe je de boodschap brengt om de aandacht van je publiek vast te houden, zodat ze zich er ook verder in willen verdiepen.

      Ik gaf in het bovenstaande stuk het voorbeeld van Jezus Christus. Hij sprak tegen een volk dat al in God geloofde, maar daar heel anders tegenaan keken dan wij christenen dat nu doen. Als we op die manier een gesprek beginnen met moderne, ongelovige mensen hebben deze bewoordingen over hellevuur en tandengeknars een hele andere uitwerking. Dat gezegd hebbende, is het niet zo dat we Jezus als een product van Zijn tijd mogen zien, want dat zou erg lasterlijk zijn. We kunnen Hem in de historische context beschouwen waarin Hij zich bewoog, maar dat betekent niet dat we Zijn boodschap mogen relativeren of tijdsgebonden mogen maken.

      Je schrijft dat je je als christen vaak de brenger van slecht nieuws voelt. Het is inderdaad zo dat als mensen niet eens in het begrip ‘zonde’ geloven, het als slecht nieuws kan overkomen dat we zondig zijn en gered moeten worden. Maar toch ligt hierin nu juist het goede nieuws verborgen. Want eigenlijk kan geen mens het bestaan van de zonde ontkennen. G.K. Chesterton schreef zelfs dat de erfzonde ‘het enige onderdeel van de christelijke theologie is dat werkelijk aangetoond kan worden.’ (Orthodoxy, 1908) Je hoeft namelijk alleen maar om je heen te kijken om het kwaad in de mens te zien. De boodschap dat er dus hoop is ondanks dat dit inherente kwaad nooit uit zichzelf uit de mens kan verdwijnen, is dus prettig om te weten.

      De kracht van apologeten als G.K. Chesterton, maar zeker ook C.S. Lewis, is dat ze nu juist niet mensen naar de mond praten, maar moeilijke onderwerpen als ‘zonde’ op een manier kunnen uitleggen die boeiend en overtuigend is voor een modern publiek. En daarmee bereik je nu eenmaal meer dan wanneer je roept: ‘Bekeer, of anders…!!!’

  • En hoe zit het trouwens tegenwoordig met jong gestorvenen (pré-doop) en doodgeboren kinderen? In het verleden werden die als per definitie zondig beschouwd door de kerk en daardoor zelfs niet begraven op het gewijde deel van het kerkhof (ik kijk veel programma’s over geschiedenis en genealogie). Ik heb die redenatie nooit echt begrepen.

    • Goede vraag, Edwin. Ik weet niet precies wat de regels met betrekking tot begraven zijn, maar in Nederland mogen ongedoopte kinderen dacht ik tegenwoordig gewoon op gewijde grond begraven worden.

      Wat je zegt over dat zij als zondig worden beschouwd: ja en nee. Ja, wat betreft de erfzonde. Aangezien zij nog niet gedoopt zijn, zijn zij nog niet vrij van de erfzonde. Meer nee, ze hebben nog geen persoonlijke zonden gepleegd en in die zin zijn ze niet zondig, en volgens katholieke theologie gaan zij niet naar de hel.

      Van oudsher werd er gezegd dat zij in het limbo terechtkomen, een plaats aan de rand van de hemel waarin ze in gelukzaligheid verkeren. Dit is tegenwoordig niet meer zo’n populair geloof en is ook nooit een dogmatische opvatting geweest. Het heeft dus wat de katholieke kerk betreft de status van mogelijke theologische mening.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *